1. Bij het opleggen van een bestuurlijke maatregel als bedoeld in de artikelen 3, 5 tot en met 8, 10 tot en met 12 geldt, in beginsel, een tijdsverloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de eerste overtreding heeft plaatsgevonden, tot aan de datum waarop de volgende overtreding heeft plaatsgevonden.
2. Bij het opleggen van een bestuurlijke maatregel als bedoeld in artikel 9 geldt een tijdsverloop van twee jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de eerste overtreding heeft plaatsgevonden, tot aan de datum waarop de volgende overtreding heeft plaatsgevonden.