1. Inleiding bijlage geluid
1.1 Wettelijk kader
Zoals in het evenementenbeleid al is aangegeven is de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Achtkarspelen (hierna: APV) de wettelijke basis voor evenementen. Voor geluid bij evenementen ligt die wettelijke basis specifiek in artikel 4:6 van de APV. Hierin staat dat het verboden is om in de open lucht (dus buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zoals een horecazaak) toestellen of geluidsapparatuur in werking te hebben, of handelingen te verrichten, die voor een omwonende of de omgeving geluidhinder veroorzaken. Versterkte muziek bij een evenement zou kunnen zorgen voor hinder. Het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) kan van het verbod ontheffing verlenen.
Met het verlenen van een geluidontheffing wordt een bepaalde mate van hinder naar de omgeving toegestaan. In deze bijlage staat:
- - Wanneer een ontheffing nodig is.
- - Wanneer een akoestisch onderzoek van de organisatie nodig is.
- - Het normenstelsel op grond waarvan het college de geluidontheffing verleend.
1.2 Afwijkingsbevoegdheid
Het is voor het college mogelijk gemotiveerd af te wijken van het normenstelsel bij:
- - Evenementen die van groot (maatschappelijk/economisch) belang zijn voor de gemeente.
- - Evenementen die en/of eenmalig zijn.
- - Evenementen die en/of een zeer bijzonder karakter hebben.
1.3 Bronnen en literatuur
Bij het opstellen van deze bijlage is aangesloten bij bestaande wet- en regelgeving, zoals de Wet milieubeheer, en andere relevante beleidsstukken, zoals de Nota Limburg en het Derde Convenant preventie gehoorschade muzieksector. Verder is er aangesloten bij gerechtelijke uitspraken. In bijlage 3 staat een overzicht van de gehanteerde bronnen en literatuur.
2. Geluidhinder
Bij de beoordeling van geluid moet naast het geluidniveau ook rekening gehouden worden met andere factoren. Of geluid van een evenement als hinderlijk wordt ervaren, hangt af van diverse factoren die met elkaar samenhangen. In het normenstelsel van deze bijlage is rekening gehouden met onderstaande factoren.
Akoestische factoren
- - Het geluidniveau. Hoe hoger het niveau, hoe groter de prikkeling en de stress worden.
- - De blootstellingsduur. De hinder neemt toe naarmate omwonenden langer worden blootgesteld aan geluid. Voor evenementen is dit zowel de duur als frequentie waarop deze plaatsvinden.
- - Lage tonen worden als meer storend ervaren. Daarom is bij evenementen waarbij muziek met veel lage bastonen wordt gedraaid de hinderbeleving groter.
Sociaalpsychologische factoren
- - De maatschappelijke aanvaardbaarheid: evenementen die een sterk maatschappelijk karakter hebben, dragen bij aan de onderlinge samenhang. Minder prettige bijkomstigheden, zoals hoge geluidniveaus en een latere eindtijd, worden hierbij eerder als acceptabel beschouwd.
- - De voorspelbaarheid: onverwachte of onregelmatige blootstelling aan geluid leidt tot meer hinder dan in een situatie waarin het optreden van geluid voorspelbaar is.
- - Gevoel van beheersbaarheid: als er geen gevoel van beheersbaarheid is, dan ontstaat er ook steeds meer prikkeling en stress. Onder beheersbaarheid wordt verstaan; zekerheid over het begin- en het eindtijdstip en het kunnen ontlopen ervan.
3. Gehoorschade bezoekers evenement
Tussen het rijk en organisatoren van festivals is het Derde Convenant preventie gehoorschade muzieksector afgesloten. Ter bescherming van volwassen bezoekers zijn in het convenant afspraken gemaakt over een hoogste equivalent gemiddeld geluidniveau van LAeq-15 min = 103 dB(A)* voor volwassenen ter plaatse van de mengtafel, ook wel Front Of House of regietoren genoemd. Deze staat meestal 20-25m van het hoofdpodium af. Hiermee wordt beoogd het risico op gehoorschade bij bezoekers (m.n. tussen het podium en FOH) te verkleinen. Zowel in de aanvraag als de ontheffing wordt dit als uitgangspunt vastgelegd.
*) Voor muziekevenementen voor kinderen en jongeren hanteert het Convenant de volgende hoogste equivalent gemiddeld geluidniveaus:
- - Voor shows voor jonge kinderen (t/m 13 jaar) is dit maximaal 91 dB(A);
- - Voor shows voor kinderen/jongeren van 14 en 15 jaar is dit maximaal 96 dB(A);
- - Voor shows voor kinderen/jongeren van 16 en 17 jaar is dit maximaal 100 dB(A);
Het college vindt de bescherming van bezoekers belangrijk. Ten opzichte van hetgeen afgesproken in het derde Convenant is dit beleid hier 3 dB(A) strenger. Hiermee wordt beoogd het risico op gehoorschade bij bezoekers (afhankelijk van onder andere de hoogte van het geluidniveau, de duur van de blootstelling en de periode rust na blootstelling) te verkleinen. Voor volwassenen geldt een maximale waarde van LAeq-15 min = 100 dB(A). Overeenkomstig voor volwassenen geldt de verlaging ook voor jongeren van 16/17 jaar (97 dB(A)), voor 14/15 jaar (93 dB(A)) en voor kinderen t/m 13 jaar (88 dB(A)). Hiermee wordt beoogd het risico op gehoorschade bij bezoekers (afhankelijk van onder andere de hoogte van het geluidniveau, de duur van de blootstelling en de periode rust na blootstelling) te verkleinen. In de praktijk blijkt dit haalbaar voor veruit de meeste evenementen en hoeft het niet ten koste te gaan van de muziekbeleving.
Gehoorbescherming
Als het muziekgeluid boven deze waarde uitkomt, moet de organisatie de betreffende doelgroepen gehoorbescherming aanbieden. Deze zijn op een laagdrempelig wijze beschikbaar en goed vindbaar voor de bezoekers. De bezoekers worden voor of aan het begin geïnformeerd over de noodzaak en beschikbaarheid van gehoorbescherming. Uiteindelijk maakt de bezoekers zelf de keuze voor het daadwerkelijk dragen van de gehoorbescherming.
4. Normenstelsel
Het geluid bij evenementen brengt een bepaalde mate van overlast met zich mee bij omliggende geluidgevoelige bestemmingen, meestal woningen. Om deze overlast te beperken stellen we normen aan het aantal geluidsdagen, de begin- en eindtijden en de hoeveelheid te produceren geluid. Dit vormt het normenstelsel van deze bijlage.
In deze bijlage wordt aangegeven wat maximaal is toegestaan, zijnde een grenswaarde. Wat werkelijk wordt toegestaan is afhankelijk van de aanvraag van de geluidontheffing en/of de uitkomsten van een akoestisch onderzoek. De feitelijke normstelling in de te verlenen geluidontheffing is maatwerk. Deze kan daardoor naar beneden afwijken van de maximale normen in deze bijlage.
Wij sluiten hiermee aan bij het BBT-principe. Het doel is dat toegepaste maatregelen en voorzieningen de grootst mogelijke bescherming aan het milieu moeten bieden, maar dat anderzijds deze maatregelen redelijk moeten zijn.
4.1 Aantal geluidsdagen
Er is geen regelgeving voor het aantal geluidsdagen voor een of meerdere evenementen. Wat acceptabel is voor een bepaalde locatie is ter afweging aan de gemeente zelf. Wij hanteren het aantal van maximaal 12 dagen per locatie. Wanneer het geluid bij een evenement in de nachtperiode doorloopt tot in de volgende dag wordt dit gerekend als één geluidsdag.
4.2 Tijden
De eindtijden voor buitenevenementen en de muziek worden vermeld en toegelicht in het evenementenbeleid, onder paragraaf 4.3.
Standaard rustperiode geluid
Bij evenementen die daags na elkaar op dezelfde locatie plaatsvinden moet er tussen de eindtijd en de begintijd van de muziek minimaal 8 uren zitten. Dit is een aaneengesloten rustperiode. Dit betekent dat bij een eindtijd van bijvoorbeeld 01:00 uur dan is een begintijd de aansluitende ochtend van 9:00 uur mogelijk en niet eerder.
4.3 Geluidnormen
Voor de bepaling van de geluidnormen is een opdeling gemaakt in lichte - en normale muziekevenementen, de op- en afbouw en overig geluid. Hierbij geldt dat:
- - De evenementen altijd gebruik maken van BBT (Best Beschikbare Technieken) om geluidhinder zoveel als mogelijk te beperken.
- - Geluidmetingen naar muziekgeluid worden uitgevoerd volgens het meetprotocol beschreven in bijlage 1.
- - Andere geluidmetingen worden uitgevoerd volgens de HMRI 1999.
- - Geluidnormen worden vastgelegd op de gevel van omliggende woningen, de gevel van andere geluidgevoelige gebouwen, op vastgestelde referentiepunten dan wel ter plaatse van Front of house.
- - Onderstaande normen gaan uit van:
- - Housemuziekspectrum; en
- - een gevelisolatiewaarde van 20 dB.
- - Bij een andere muziekspectrum of isolatiewaarde wordt de maximale grenswaarde overeenkomstig bijgesteld.
4.3.1 Licht muziekevenement (zie toelichting)
Dit zijn kleinschalige (buurt)evenementen in de dag- en avondperiode. In de nachtperiode is geen muziek toegestaan. Muziekgeluid heeft slechts een ondersteunende functie in de sfeer. Er is meestal sprake van een hoge maatschappelijke betrokkenheid van de bezoekers en omgeving. Een ontheffing voor geluidhinder volgens artikel 4:6 APV achten wij alleen nodig als het muziekniveau in LAeq over 1 min gelijk of hoger is dan 90 dB(A) en 104 dB(C), gemeten op 1 meter van de geluidboxen. Dan wordt het muziekgeluid beoordeeld volgens de criteria van normaal muziekevenement. Als een lager muziekniveau aangevraagd wordt, worden geen geluidnormen opgelegd.
4.3.2 Normale muziekevenement (zie toelichting)
Wij hanteren de volgende grenswaarden:
Op de gevel van omliggende woningen, andere geluidgevoelige gebouwen of vastgestelde referentiepunten:
- - Voor de dag- en avondperiode is een maximaal geluidniveau van 70 dB(A) en 84 dB(C) toegestaan.
- - Voor de nachtperiode is een maximaal geluidniveau van 45 dB(A) en 59 dB(C) toegestaan.
Waarbij Front of house een ondersteunende grenswaarde geeft:
- - Er is een maximaal geluidniveau van 100 dB(A)* toegestaan voor bezoekers van 18 jaar en ouder.
- - Er is een maximaal geluidniveau van 114 dB(C)** toegestaan voor bezoekers van 18 jaar en ouder.
* voor bezoekers van 16/17 jaar, 14/15 jaar en 13 jaar en jonger geldt resp. 97 dB(A), 93 dB(A) en 88 dB(A).
** voor bezoekers van 16/17 jaar, 14/15 jaar en 13 jaar en jonger geldt resp. 111 dB(C), 107 dB(C) en 102 dB(C).
4.3.3 Op- en Afbouw
De tijden voor de op- en afbouw worden vermeld in het evenementenbeleid (paragraaf 4.3) (tussen 09:00 uur en 21:00 uur). Voor de geluidniveaus die tijdens de op- en afbouw periode maximaal worden toegestaan hanteren wij de volgende grenswaarden:
- - LAeq = 70 dB(A) in de dagperiode en 65 dB(A) in de avondperiode;
- - LAmax = 85 dB(A) in de dagperiode en 80 dB(A) in de avondperiode.
4.3.4 Overig geluid
Voor de geluidniveaus van overig geluid tijdens het evenement (naast muziekgeluid en geluid van de op- en afbouw) worden de volgende grenswaarden overeenkomstig het art. 2.17 lid 1a van het Activiteitenbesluit milieubeheer toegestaan:

Een voorbeeld zijn de (nood)stroomaggregaten, welke gedurende het evenement noodzakelijk zijn als het elektriciteitsnet onvoldoende kan leveren. De locatie en afscherming zijn bepalend voor de geluidbelasting.
4.3.5 Akoestisch onderzoek
De gemeente Achtkarspelen (de vergunningverlener) bepaalt wanneer de evenementenorganisator in een akoestische rapportage duidelijk moet maken welke geluidsruimte (van het evenement, de op- en afbouw en het overige geluid) wordt gevraagd. Zeker als aannemelijk is dat de grenswaarden bereikt worden. Dit wordt per ontheffing beoordeeld. Het akoestische onderzoek moet voldoen aan het meet- en rekenprotocol van bijlage 1.
De richtlijn voor muzieklawaai komt uit de nota Limburg en is het referentieniveau + 10 dB in een woning. Daarmee accepteren we de status “veel hinder”. De bijbehorende gevelbelasting is 60 dB(A) en 74 dB(C). Als in de aanvraag door de organisator dan wel door de vergunningverlener aannemelijk gemaakt kan worden dat de geluidbelasting bij een woning hoger of gelijk aan de 60 dB(A) is, wordt bij de aanvraag een akoestisch onderzoek vereist. Is voor de desbetreffende locatie actuele akoestische informatie beschikbaar, dan kan de vergunningverlener de onderzoekplicht laten vervallen.
4.3.6 Niet-meet verklaring
Er kunnen zich situaties voordoen waarbij uit het akoestisch onderzoek vooraf blijkt dat sprake is van een normoverschrijding bij een beperkt aantal geluidgevoelige objecten. In die situaties kan een organisator van een evenement proberen een overeenkomst te sluiten met individuele bewoners of eigenaren van deze geluidgevoelige objecten. Dit kan bijvoorbeeld door hen te compenseren voor die tijdelijke hogere mate van geluidoverlast. Wij willen als gemeente deze mogelijkheid niet van tevoren uitsluiten en zullen met die strekking de aanvraag toetsen met als uitgangspunten:
- - Afspraken tussen organisator en omwonenden moeten altijd per individuele bewoner zijn overeengekomen.
- - Alle bewoners van de woningen die te maken gaan krijgen met een gevelwaarde boven de grenswaarde dienen hiermee akkoord te gaan.
- - Het is duidelijk om welke geluidbelasting en tijdsduur het gaat; bij de vergunningsaanvraag dient uit akoestisch onderzoek (conform het Meet- en rekenprotocol) te blijken welke geluidbelasting verwacht wordt op de betreffende woningen.
- - De compensatie moet proportioneel zijn. Voor een compensatie van 24 uur beschouwen wij een richtbedrag van 150 euro per persoon als redelijk.
4.3.7 Stemgeluid
Het stemgeluid van bezoekers van het evenement op het evenemententerrein is geen onderdeel van de (on)versterkte muziek en wordt daarmee niet in de beoordeling van de geluidniveaus opgenomen. Tenzij dit in het bestemmingsplan anders is aangegeven.
Stemgeluid op het evenemententerrein bestaat meestal uit het meezingen van de bezoekers. Dit specifieke geluidniveau is indirect afhankelijk van het geluidniveau van de muziek. Het uitgangspunt is dat het muziekniveau bepalend en hoger is dan het stemgeluid. De organisator heeft direct invloed op de muziek qua geluidniveau en geluidspectrum, met de instellingen op de mengtafel. Hierop is toezicht en handhaving. Het stemgeluid wordt daardoor niet in de beoordeling meegenomen.
Als de gronden in het bestemmingsplan bestemd zijn voor evenementen is er meestal een zgn. locatieonderzoek uitgevoerd voor een afweging voor een goede ruimtelijke ordening. Hierin is het stemgeluid van bezoekers binnen en buiten het evenemententerrein wel beoordeeld. Daarvoor zijn mogelijk planregels opgesteld, die doorwerken in deze bijlage.