• - In dit protocol wordt verstaan onder een ambtsdrager: een raadslid, een buitengewoon commissielid of een wethouder.
  • - Een vermoeden van een integriteitsschending door een ambtsdrager kan op basis van een waarneming door de burgemeester of een melding aan de burgemeester ontstaan. Eenieder kan een vermoeden aan de burgemeester melden, bij voorkeur in een persoonlijk gesprek. De identiteit van een melder wordt zonder diens instemming niet bekend gemaakt aan anderen dan degenen die daarvan ambtshalve op de hoogte moeten zijn.
  • - De burgemeester overweegt een vermoeden van een integriteitsschending en beoordeelt deze voldoende concreet en verifieerbaar is. Indien de feiten onvoldoende vaststaan kan hij die onderwerp doen zijn van onderzoek. Hij ziet daarvan af als de feiten voldoende vaststaan, het vermoeden onvoldoende betrouwbaar is, in redelijkheid niet te onderzoeken is, een onderzoek in redelijkheid niet het aangewezen middel is om het onderzoek te adresseren en/of een onderzoek disproportioneel is in verhouding tot de aard en omvang van de mogelijke integriteitsschending.
  • - Indien noodzakelijk in het kader van de overweging als bedoeld onder 3 kan de burgemeester algemene informatie verzamelen, oriënterende gesprekken voeren en de betrokken ambtsdrager horen. Indien wordt gehoord zijn de bepalingen als bedoeld onder 7 en 8 van overeenkomstige toepassing.
  • - Een onderzoek als bedoeld in 3 is bedoeld om met gebruikmaking van verschillende onderzoeksmethoden de feiten over de integriteitsschending vast te stellen. Voordat het onderzoek start informeert de burgemeester de ambtsdrager en de eventuele melder. Indien het onderzoeksbelang dat vergt kan de melding worden opgeschort tot een door de burgemeester te bepalen moment.

    Indien de aard van het vermoeden of het onderzoek dat met zich meebrengt kan de burgemeester ook het college en/of het seniorenconvent al dan niet vertrouwelijk informeren.

  • - Het onderzoek wordt uitgevoerd door de burgemeester, een door de secretaris aan te wijzen medewerker van de gemeente of een onderzoeksbureau. Voor het onderzoek wordt door de burgemeester een aanpak vastgesteld. Die aanpak is ook het kader voor de opdrachtverlening, indien het onderzoek wordt opgedragen aan een onderzoeksbureau. De aanpak omvat in ieder geval de volgende onderwerpen:
    • - de aanleiding;
    • - een duidelijk omschreven doelstelling;
    • - de onderzoeksvragen;
    • - de vermoedelijke duur van het onderzoek;
    • - de informatieverstrekking;
    • - de met het onderzoek gemoeide kosten;
    • - afspraken over de in te zetten onderzoeksmethoden;
    • - afspraken over voorlegging van de bevindingen aan de betrokken ambtsdrager en het vastleggen van diens reactie daarop;
    • - afspraken over de vertrouwelijkheid van het rapport en de daaraan verbonden stukken;
    • - afspraken over het eigendom van het rapport en de bevoegdheid tot het gebruik ervan in (juridische of andere) procedures.
  • - Gedurende het onderzoek worden de betrokken ambtsdrager en eventuele andere betrokken personen gehoord. De betrokkene(n) die worden gehoord worden daaraan voorafgaand op de hoogte gesteld van aard en doel van het gesprek, alsmede van het recht zich te doen laten bijstaan door een advocaat als belangenbehartiger. Het staat de betrokkene(n) vrij om expliciet van bijstand door een advocaat af te zien en gebruik te maken van een andere persoon als belangenbehartiger
  • - Het horen geschiedt door de burgemeester, dan wel door de medewerker die met het onderzoek is belast, dan wel door het onderzoeksbureau, altijd in aanwezigheid van een notulist. Het verslag wordt voorgelegd aan de gehoorde voor akkoord of voor gezien. In het verslag wordt opgenomen dat betrokkene(n) mededeling is gedaan als bedoeld in artikel 7 en op welke wijze betrokkene(n) van dit recht gebruik maakt.
  • - Van het onderzoek wordt een rapport opgemaakt, waarin in ieder geval aan de orde komen:
    • - de aanleiding van het onderzoek en de onderzoeksaanpak met eventuele uitbreidingen, mochten die tijdens het onderzoek noodzakelijk zijn gebleken;
    • - de gebruikte onderzoeksmethoden, waarbij helder naar voren komt wat de uitgangspunten voor het onderzoek zijn geweest en welke feiten en omstandigheden hierbij een rol hebben gespeeld;
    • - relevante regelgeving;
    • - de vastgestelde feiten en andere bevindingen.
  • - De betrokken ambtsdrager kan gedurende een termijn van twee weken reageren op het concept-onderzoeksrapport. De burgemeester kan deze termijn desgevraagd met twee weken verlengen. De ambtsdrager krijgt daartoe vertrouwelijk inzage in het concept en de daaraan verbonden stukken, tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten. De ambtsdrager kan zich daarbij laten bijstaan door een raadsman of belangenbehartiger.
  • - De burgemeester beoordeelt de reactie van de betrokken ambtsdrager en besluit of en zo ja hoe het rapport wordt aangepast. De reactie wordt als bijlage bij het rapport gevoegd.
  • - Indien dat redelijkerwijs noodzakelijk is in relatie tot te nemen maatregelen ter beëindiging van de integriteitsschending en/of ter voorkoming van herhaling kan de burgemeester het rapport, onderdelen daarvan, dan wel de vastgestelde bevindingen delen met het college, het seniorenconvent of de raad, al dan niet onder (gedeeltelijke) geheimhouding.
  • - Indien een vermoeden van een integriteitsschending tevens het vermoeden inhoudt van een strafbaar feit, treedt de burgemeester over de aanpak in overleg met het Openbaar ministerie en de politie. Op basis daarvan kan van bovenstaande regels worden afgeweken, voor zover eventueel strafrechtelijk onderzoek dat vergt.