Naar hoofdinhoud
De aanvragen die tijdig en volledig zijn ontvangen, worden beoordeeld op grond van de te verwachten maatschappelijke en publieke waarde. We hanteren hierbij de publieke waardendriehoek: • legitimiteit (hoe maakt het initiatief het verschil in de samenleving?); • betrokkenheid (in hoeverre bestaat er draagvlak?); • rendement (wat levert het op/ hoe gaan we zo goed mogelijk om met schaarse middelen?). Om de maatschappelijke waarde te kunnen beoordelen worden de aanvragen op basis van de volgende criteria beoordeeld en met elkaar vergeleken. 1.’Legitimiteit’: • de mate waarin de aanvraag bijdraagt aan de subsidiedoelen; • de mate waarin de aanvraag en uw activiteiten zijn afgestemd op de reeds bestaande activiteiten van zorg- en welzijnsorganisaties en (andere) initiatieven in de sociale basis en elkaar versterken; • de mate waarin de organisatie aantoonbare ervaring heeft met de uitvoering van deze activiteiten; • de mate waarin de organisatie samenwerkt en samen leert met organisaties en initiatieven in het sociaal domein. 2. ‘Betrokkenheid’: • de mate waarin de organisatie de behoefte aan de activiteiten onderbouwt en deze aanvullend zijn op wat er al is; • de mate van inclusiviteit van de activiteit/ de mate waarin iedereen kan meedoen; • de mate van continuïteit in de uitvoering. Het voortzetten van en voortbouwen op bestaande waardevolle activiteiten krijgt voorrang boven nieuwe aanvragen. Dit vraagt wel van betreffende organisaties en initiatieven om met hun activiteiten in te blijven spelen op nieuwe ontwikkelingen en trends. • Ook is er jaarlijks financiële ruimte voor nieuwe initiatieven die een vernieuwend karakter hebben en goed aansluiten bij de vraag uit de buurt/ wijk/ stad (zie artikel 4); • de mate van kennis van en betrokkenheid bij de buurt/wijk/stad; • de spreiding van de aanvragen over de dorpen en de stad in relatie tot de behoefte in de buurt en in de stad; we willen voorkomen dat er dubbelingen ontstaan. 3.Rendement: • de prijs/kwaliteitverhouding: we hanteren hierbij geen vaste normen, maar bekijken hoe de omvang, aard en het bereik van de activiteiten zich verhouden tot de opgevoerde kosten; • de mate waarin de activiteiten ook uit andere bronnen gefinancierd worden; • de verhouding tussen vrijwillige inzet en betaalde inzet. 4. Aanvragen voor meerjarige subsidies worden aanvullend beoordeeld op: • De mate waarin aannemelijk is gemaakt dat de aangevraagde activiteiten relevant blijven in de aangevraagde periode; • De organisatorische en financiële stabiliteit van de organisatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel