Naar hoofdinhoud
1. Het college voorziet in een gelijktijdig beoordings-en beslissingsproces op aanvragen om subsidie op basis van deze regeling. 2. De aanvragen van vrijwilligersorganisaties, waarop niet afwijzend is beslist, worden beoordeeld op basis van de in artikel 8 genoemde criteria. Bij de besluitvorming over de toekenning van de subsidie wordt de volgende procedure gehanteerd: • De tijdig en volledig ontvangen aanvragen worden op basis van de in artikel 8 benoemde criteria beoordeeld en vervolgens met elkaar vergeleken. Hiervoor wordt een scoreformulier gebruikt waarbij er minimaal 0 en maximaal 3 punten per onderdeel verkregen kunnen worden. • Het maximumaantal te behalen punten bedraagt 36 punten bij een eenjarige subsidie en 42 punten bij een meerjarige subsidie. 3. Het bedrag van het subsidieplafond wordt in eerste instantie op basis van de onderstaande formule onder de aanvragers verdeeld, waarin wordt verstaan onder: A: de behaalde score B: de maximale score C: het percentage van het aangevraagde subsidiebedrag dat wordt toegekend: (A/B) =C 4. Indien bij toepassing van het derde lid het subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden, worden de op grond van dat lid in eerste instantie toegekende bedragen verlaagd met een gelijk percentage. 5. Indien in enig subsidietijdvak een beschikbaar bedrag resteert, kan het college dat bedrag toevoegen aan het budget voor initiateen van datzelfde subsidietijdvak. 6. Geen subsidie wordt verleend voor een aanvraag met een totaalscore van minder dan 12 punten bij een eenjarige subsidie en minder dan 15 punten bij een meerjarige subsidie. 7. In uitzonderlijke situaties kan het college beslissen een subsidieaanvraag onder een ander beoordelingskader te laten vallen dan deze subsidieregeling. 8. De Asv 2020 is van toepassing, tenzij hier in de subsidieregeling uitdrukkelijk van wordt afgeweken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel