**1..** De subsidieontvanger dient uiterlijk binnen 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.
**2..** De aanvraag bevat:
Een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten per locatie zijn verricht;
Voor activiteiten VE-peuteropvangplaatsen voor doelgroeppeuters, zoals genoemd in artikel 3 lid 2 bevat de aanvraag tot vaststelling tevens per locatie:
Inzicht in het bereik van de gemeentelijke resultaatafspraak, te weten ten minste 80% van de vve-kinderen heeft tussen begin en einde van de peutertijd een groei doorgemaakt op het domein taal, die volgens de professional, ondersteund door het kindvolgsysteem, naar verwachting of boven verwachting is;
een rapportage op vastgestelde afwijkingen ten opzichte van de gemeentelijke VVE-kwaliteitsaspecten, zoals opgenomen in bijlage 1. ‘Werken aan kwaliteit op locatie’ van het gemeentelijke Kwaliteitskader VVE Dijk en Waard. De rapportage bevat per vastgestelde afwijking een toelichting en maatregel(en) ter verbetering.
**3..** De aanvraag bevat een financieel verslag van de gesubsidieerde activiteiten, waaruit de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten blijken. In het verslag is tevens opgenomen:
het aantal peuteropvangplaatsen bezet door individuele peuters van niet-toeslagouders en de daarvoor ontvangen ouderbijdragen in het subsidiejaar;
het gehanteerde uurtarief.
**4..** Voor activiteiten VE-peuteropvangplaatsen voor doelgroeppeuters, zoals genoemd in artikel 3 lid 2 dient tevens te worden opgenomen:
het aantal VE-peuteropvangplaatsen bezet door individuele doelgroeppeuters, uitgesplitst naar niet-toeslagouders en toeslagouders;
de ouderbijdrage VE, indien er over de maximaal 320 uren, zoals genoemd in artikel 5, lid 3 onder b een ouderbijdrage is gevraagd.
**5..** Voor VE-gerelateerde scholingskosten, zoals genoemd in artikel 3 lid 3, geldt:
een overzicht waaruit blijkt aan welke scholing, door welke locaties en door hoeveel medewerkers is deelgenomen.
**6..** Voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie, zoals genoemd in artikel 3 lid 4 geldt:
het werkelijk aantal doelgroepkinderen in VE-groepen;
een overzicht waaruit blijkt dat het wettelijk vereiste aantal uren is ingezet door de pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie;
een beschrijving van hoe de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker heeft geleid tot een verhoging van de kwaliteit van de pedagogisch medewerkers en van het pedagogisch beleid, en daarmee van de voorschoolse educatie.
** 7. .** Voor de aanschaf van VVE-materialen, zoals genoemd in artikel 3 lid 7, geldt:
een overzicht waaruit blijkt welke materialen per locatie zijn aangeschaft.