Naar hoofdinhoud
1.. De ontvanger van subsidie: werkt samen en stemt af met partners binnen de lokale zorgstructuur 0-4 jaar, waaronder het Sociaalplein, de Jeugdgezondheidszorg en het opvoedspreekuur; voor activiteiten VE-peuteropvangplaatsen voor doelgroeppeuters, zoals genoemd in artikel 3 lid 2, tevens: werkt samen en stemt af met de basisscho(o)l(en) voor wat betreft een doorlopende leerlijn. Dit betreft de basisscho(o)l(en) waar de doelgroeppeuters naar doorstromen; zorgt bij de doorstroom naar de basisschool voor een (warme) overdracht van gegevens over de ontwikkeling van de doelgroeppeuter, middels een (digitaal) overdrachts- en observatieformulier; volgt en brengt de ontwikkeling c.q. resultaten van doelgroeppeuters op een gestructureerde wijze in beeld middels een kind- of ontwikkelvolgsysteem; voert gericht ouderbeleid (op basis van een ouderpopulatie analyse); evalueert de kwaliteit van VVE om de 6 maanden. 2.. De ontvanger van subsidie stelt op verzoek van het college onderliggende gegevens beschikbaar. Het betreft: bewijs van de indicatiestelling per (doelgroep)peuter voor voorschoolse educatie; gegevens waaruit blijkt dat de ouder(s)/verzorger(s) geen recht heeft/hebben op kinderopvangtoeslag; gegevens waaruit blijkt dat de inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor niet-toeslagouders correct is toegepast. 3.. De ontvanger van subsidie dient mee te werken aan het verstrekken van (evaluatie)gegevens voor het beleid van het Rijk en/of de gemeente. 4.. De aanvrager kan voor peuteropvangplaatsen alleen subsidie ontvangen voor de deelname van peuters van niet-toeslagouders. Ouders dienen aantoonbaar geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag. De aanvrager is verantwoordelijk voor het verzamelen van gegevens waaruit blijkt dat de ouder(s) geen recht heeft/hebben op kinderopvangtoeslag. 5.. Voor VE-gerelateerde scholingskosten, zoals genoemd in artikel 3 lid 3, geldt: de houder ontvangt subsidie voor VE-peuteropvangplaatsen in Dijk en Waard; alleen kosten voor scholing die gemaakt zijn in het subsidiejaar komen voor subsidie in aanmerking; de scholing mag doorlopen in het volgende subsidiejaar; bij het niet behalen van een scholing zijn de kosten voor een herkansing voor rekening van de houder. 6.. Voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie, zoals genoemd in artikel 3 lid 4, geldt: de houder ontvangt subsidie voor VE-peuteropvangplaatsen. 7. . Voor VVE-materialen, zoals genoemd in artikel 3 lid 7 geldt: de houder ontvangt subsidie voor VE-peuteropvangplaatsen in Dijk en Waard; alleen kosten voor VVE-materialen die gemaakt zijn in het subsidiejaar komen voor subsidie in aanmerking. 8.. Het college kan bij de verlening ook andere verplichtingen opleggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel