De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, of
zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel
het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de
belasting, respectieve-lijk de hogere belasting ter zake van het
toegenomen aantal honden, verschul-digd voor zoveel twaalfde
gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat
jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de
toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden
overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt, dan wel
het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert,
bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het
aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt
dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.
Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor
de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen hondenbelasting of
andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar rato
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2011