In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
moeten de aanslagen worden betaald in één termijn die vervalt op de
laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
van het aanslagbiljet is vermeld.
In afwijking van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van
de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen “hondenbelasting” of
andere heffingen minder is dan € 3.500,00 en zolang de verschuldigde
bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de
betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven,
dat de aanslagen moeten worden betaald in twaalf gelijke termijnen
waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand
volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is
vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand
later.
In afwijking van het tweede lid moeten de aanslagen worden betaald
in één termijn, indien het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
verenigde aansla-gen hondenbelasting of andere heffingen minder is
dan € 50,00.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 9
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2011