Het bevoegd gezag kan, als er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
het straat- en bebouwingsbeeld;
de milieusituatie;
het uitzicht van woningen;
de verkeersveiligheid;
de woonsituatie,
Afwijken van de regel in artikel 2.2.6 en met een omgevingsvergunning toestaan dat de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken maximaal 8 m mag zijn, waarbij de bouwhoogte in ieder geval 1 m lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, onder voorwaarde dat:
de verhoging van de bouwhoogte niet leidt tot een onevenredige verslechtering van de bezonningssituatie van omliggende percelen;
de verhoging van de bouwhoogte niet zorgt voor een onevenredige inbreuk op de privacy bij omliggende percelen;
er vooraf een planschadeovereenkomst wordt ondertekend.
Afwijken van het bepaalde in artikel 2.2.9 voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, onder voorwaarde dat:
deze ten minste 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw wordt gebouwd;
deze in het verlengde van de gevels van de stolp wordt gebouwd;
de dakhelling van bijbehorende bouwwerk overeenkomstig de dakhelling van de stolp is;
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Afwijken van de bouwregels
Onderdeel van Beleidsregels horende bij de Verordening fysieke leefomgeving