• - Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, opdragen als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden:
    • - naar hun aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; en
    • - niet zijn bedoeld als re-integratie instrument; en
    • - worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht; en
    • - niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
  • - Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college in ieder geval rekening met de volgende factoren:
    • - de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door de belanghebbende;
    • - de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van de belanghebbende;
    • - de persoonlijke wensen en kwaliteiten van de belanghebbende;
    • - de werkzaamheden die door belanghebbende in het kader van vrijwilligerswerk reeds door de belanghebbende worden verricht.
  • - Het college draagt geen tegenprestatie op indien een belanghebbende mantelzorg verricht voor zover het verrichten van mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is.
  • - Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de omvang en de duur van de tegenprestatie