**1..** De wet vereist dat het college het burgerservicenummer (BSN) van de jeugdige moet vaststellen. Dit gebeurt tijdens het gesprek en dit moet aan de hand van een geldig document in de zin van de Wet op de identificatieplicht. De jeugdige toont bijvoorbeeld zijn Nederlandse identiteitskaart, nationaal paspoort, diplomatiek paspoort of een verblijfsdocument. De consulent controleert aan de hand van een document:
de pasfoto: komt deze overeen met de cliënt?
de kenmerken: kloppen de genoemde fysieke kenmerken, zoals lengte en leeftijd?
de geldigheid van het document: is de vervaldatum nog niet verstreken?
**2..** Bij jeugdigen jonger dan 14 jaar moet het college alleen het BSN nummer verifiëren.