**1..** Naar aanleiding van een melding wordt een onderzoek uitgevoerd ter verheldering van de hulpvraag. Het onderzoek bestaat uit twee (2) delen:
vaststellen van de ondersteuningsbehoefte en
de keuze voor de vorm van de voorziening.
Het vaststellen van de ondersteuningsbehoefte gebeurt volgens het 5 stappenplan zoals benoemd in artikel 2.5 van de verordening. Als de ondersteuningsbehoefte is vastgesteld kan er een keuze worden gemaakt in de vorm van de voorziening, bestaande uit zorg in natura (ZIN) of een persoonsgebonden budget (pgb). Sommige voorzieningen kunnen worden versterkt in de vorm van een financiële tegemoetkoming. De vorm van ondersteuning wordt omschreven in hoofdstuk 4 van deze nadere regels.
**2..** Het onderzoek richt zich op degene die onderwerp is van de melding (de cliënt). Indien de cliënt dit wenselijk of noodzakelijk acht, worden eventuele mantelzorgers, de onafhankelijke cliëntondersteuner, familieleden of reeds aanwezige hulpverleners bij het onderzoek betrokken.
**3..** De consulent kan te allen tijde, in het belang van het onderzoek, een reden hebben om de cliënt (ook) alleen te spreken, bijvoorbeeld als de indruk bestaat dat de aanwezige derde(n) ongeoorloofde druk of invloed uitoefent op de cliënt, bijvoorbeeld om bepaalde dienstverlening al dan niet te betrekken.
**4..** Om de ondersteuningsbehoefte helder te krijgen is het soms nodig advies in te winnen bij een onafhankelijk deskundige. Eén van de deskundigen die kan worden ingeschakeld is een medisch adviseur (keuringsarts) om de beperkingen vast te stellen. Het college beoordeelt of het inzetten van een maatwerkvoorziening noodzakelijk is.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.5
Onderzoek (artikel 2.5 verordening)
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Duiven 2023