De gemeente heeft een verantwoordelijkheid in de uitrol van reguliere publieke laadpalen en laadpunten. Onder reguliere laadinfrastructuur vallen de laadpalen, punten en laadpleinen met een maximale netaansluiting van 3x80A op het laagspanningsnet (een zogenoemde kleinverbruik aansluiting). Hieronder staan de drie reguliere soorten laadinfrastructuur beschreven.
Laadpalen
De reguliere laadpalen hebben een vermogen tot 22 kW en plaatsen we over het algemeen als losse palen in de openbare ruimte bij parkeervakken en worden standaard voorzien van 2 laadpunten.
Laadpunten
In gemeentelijke parkeergarages worden voornamelijk laadpunten geplaatst met vermogens die variëren tussen de 3,7 kW en 22 kW.
Laadpleinen
Op locaties waar veel behoefte is aan laadinfrastructuur en/of al een dekkend netwerk is gerealiseerd wordt er gekeken naar inbreidingslocaties en parkeerstroken waar laadpleinen gerealiseerd kunnen worden. Door het clusteren van laadpalen en het realiseren van laadpleinen heeft de gebruiker een grotere kans op een vrije laadplek en is de vindbaarheid beter. Een laadplein bestaat uit minimaal 4 laadpunten welke bij voorkeur gerealiseerd worden op een enkele netaansluiting, waarbij de beschikbare stroom op een slimme manier wordt verdeeld over de laadpunten.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.1
Reguliere laadinfrastructuur
Onderdeel van Plaatsingsregels Almere 2023