Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.2

Snellaadinfrastructuur

Onderdeel van Plaatsingsregels Almere 2023

Snellaadinfrastructuur heeft een vermogen met meer dan 22 kW, waardoor elektrische voertuigen sneller kunnen opladen. Voor snellaadinfrastructuur worden de volgende subcategorieën onderscheiden: Kortparkeerladen of semi-snelladen Laadpunt met een vermogen tussen 22 en 125 kW, deze worden steeds meer geplaatst bij onder andere supermarkten, hotels en vergaderlocaties. Ultrasnelladen voor personenvervoer Laadpunt met een vermogen tussen 125 en 350 kW. Het grootste deel van de huidige beschikbare elektrische voertuigen is technisch geschikt om te laden met een snelheid van maximaal 50 kW. De nieuwere modellen en modellen in het hogere segment zijn geschikt voor de hogere vermogens. De laadvermogens tussen 125 kW en 350 kW worden tegenwoordig bij snellaadstations langs hoofdwegen geplaatst, bijvoorbeeld bij pompstations en wegrestaurants. Ultrasnelladen voor openbaar vervoer en logistiek Laadpunt met een vermogen hoger dan 350 kW, bijvoorbeeld een pantograaf. De laadpunten zijn geschikt om grote voertuigen zoals vrachtwagens en bussen in korte tijd te laden. Snelladen is duurder dan regulier laden, heeft een hogere doorlooptijd bij de plaatsing en heeft qua vervoersbewegingen een grotere impact op de omgeving. Snellaadpalen zijn daarom vooral gewenst op plaatsen waar een korte verblijfsduur gepaard gaat met een grote laadbehoefte en men bereid is daar meer voor te betalen. Dit kan op openbare plekken, maar ook op semiopenbare of private locaties. Denk bijvoorbeeld aan taxistandplaatsen, supermarkten of verzorgingsplaatsen langs de snelweg. De gemeente heeft een directe invloed op de publieke snellaadpunten, waarbij wij deze willen plaatsen op strategische openbare locaties met voldoende capaciteit op het stroomnet. Voor de plaatsing van snellaadpalen stemmen we af met de netbeheerder en het kernteam netcongestie. De locatie criteria voor de publieke snellaadpunten zijn opgenomen in hoofdstuk 3.

Rechtspraak bij dit artikel