Veiligheid: Bij de plaatsing van snellaadinfrastructuur moet er rekening worden gehouden met struikelgevaar. Zo mag de laadkabel niet over de stoep komen te liggen en mag zowel het snellaadpunt als de kabel de doorloop niet belemmeren. Ook mag de plaatsing van snellaadinfrastructuur niet het zicht van weggebruikers beperken of andere mogelijke onveilige verkeerssituaties veroorzaken.
Plaatsingsruimtehardware: Er moet rekening worden gehouden met voldoende ruimte voor de realisatie van ondersteunende hardware bij grotere aansluitingen voor snellaadinfrastructuur zoals een transformatorstation (trafo) en omvormers waarbij er voldoende doorloopruimte (minimaal 90 cm) overblijft indien de hardware op de stoep moet worden geplaatst.
Verkeersaantrekking: Minimale geluidsoverlast voor de omgeving en een adequate afstand van woonbebouwing m.b.t. externe veiligheid.
Impactopenbareruimte: Minimale impact openbare ruimte, zoals het behoud van een goede doorstroming en bereikbaarheid van een locatie en een minimaal visueel effect van het snellaadpunt.
KabelsenLeidingen: Snellaadinfrastructuur mag niet boven bestaande kabels en leidingen geplaatst worden. Er wordt daarbij minimaal 75cm afstand gehouden van bestaande kabels en leidingen en er wordt rekening gehouden met toekomstige tracés. Snellaadinfrastructuur locaties en de aansluiting worden getoetst aan de geldende Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren8 Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Almere 2016 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) en bijbehorende toelichting9 Toelichting_AVOI_Almere_2016_18-1-2016.pdf en het Handboek Kabels en Leidingen 10 Handboek Kabels & Leidingen (almere.nl).
Eigendom van overheid; Snellaadinfrastructuur wordt geplaatst op parkeervakken en gronden in beheer en eigendom van de gemeente Almere of van samenwerkende overheden.
Hinder objecten: Bij de plaatsing van snellaadinfrastructuur mag er geen hinder plaatsvinden aan andere objecten zoals bomen (en boomwortels), lichtmasten, straatmeubilair en containers.
Elektriciteitsnet: Snellaadinfrastructuur wordt binnen 25 meter van het elektriciteitsnet (laagspanningsnet en/of middenspanningsnet) gerealiseerd. Snellaadinfrastructuur met vermogens boven 100.000 kWh (groter dan 3x80A) wordt aangesloten op het middenspanningsnet en mag maximaal op 25m afstand liggen. Snellaadinfrastructuur tot 100.000 kWh (kleiner of gelijk aan 3x80A) wordt aangesloten op het laagspanningsnet waarbij een aansluiting binnen 25m de voorkeur heeft.
Bestaand parkeervak: Snellaadinfrastructuur wordt waar mogelijk gerealiseerd in het bestaande parkeerareaal op locaties met minimaal 4 parkeervakken naast elkaar gelegen. In maatwerk situaties kan hiervan worden afgeweken of kunnen er nieuwe parkeervakken worden aangelegd.
Netcongestie: De komst van een snellaadpunt wordt bij voorkeur geplaatst op locaties waar een overschot aan elektriciteit is. Er zal per potentiële snellaadlocatie moeten worden gekeken naar de mogelijkheden om een stroomaansluiting te voorzien, waarbij er ook per locatie een afweging zal moeten worden gemaakt met oog op andere maatschappelijk belangrijke voorzieningen die een aansluiting nodig hebben. Voor de plaatsing van snellaadpalen stemmen we af met de netbeheerder en het kernteam netcongestie. Ook houdt de gemeente praktische oplossingen en ontwikkelingen in de gaten.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 3.3.1
Eisen publieke snellaadinfrastructuur
Onderdeel van Plaatsingsregels Almere 2023