1.. Het college stelt het subsidieplafond voor aanvragen vast op € 370.000,-.

2.. Het subsidieplafond is onderverdeeld in deelplafonds per aanvrager:

  • - Het deelsubsidieplafond voor aanvragers als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a bedraagt €50.000,-;
  • - Het deelsubsidieplafond voor aanvragers als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b bedraagt €320.000,-. Hierbij is het deelsubsidieplafond als volgt verdeeld over de drie aanvraagrondes:
    • - aanvraagronde 1: €120.000,-;
    • - aanvraagronde 2: €120.000,-;
    • - aanvraagronde 3: €80.000,-.

3.. Als na beoordeling van alle aanvragen na een aanvraagronde blijkt dat een deel van het deelsubsidieplafond niet is benut, dan wordt het deelsubsidieplafond van de volgende aanvraagronde verhoogd met dit resterende onbenutte bedrag.

4.. Als na sluiting van de indieningstermijn als bedoeld in artikel 5, eerste lid blijkt dat een deel van het deelsubsidieplafond niet is benut, dan wordt het deelsubsidieplafond van aanvraagronde 3 verhoogd met dit resterende onbenutte bedrag.

5.. Het college kan een subsidieplafond verlagen als:

  • - het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd, en
  • - de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.

6.. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

7.. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.