1. De beheerder van het openbaar riool kan ontheffing verlenen van het lozingsverbod als bedoeld in artikel 2 en de verplichting tot een waterberging bedoeld in artikel 3. Ontheffing kan uitsluitend worden verleend als vanaf het bouwwerk, open erf of terrein het hemel- en grondwater redelijkerwijs niet op eigen perceel kan worden geborgen, verwerkt of afgevoerd.
2. De beheerder van het openbaar riool kan in geval van calamiteiten ontheffing verlenen van het lozingsverbod bedoeld artikel 2 en de verplichting tot waterberging bedoeld in artikel 3. Of er sprake is van een calamiteit wordt beoordeeld door de beheerder van het openbaar riool.
3. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.