1.. De beraadslaging in de raad vangt aan bij het raadslid, waar, overeenkomstig artikel 25, de hoofdelijke stemming begint.

2.. Het woord in de raadscommissie vangt aan bij die fractie die, bij toerbeurt, daartoe is aangewezen door de voorzitter.

3.. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid het woord vraagt over de orde van de vergadering.

4.. Een lid, de burgemeester, een wethouder de griffier en de secretaris spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.

5.. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.

6.. Een lid, de burgemeester, een wethouder, de griffier en de secretaris voeren het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.