1.. Het college kan een persoon met een gemeentelijke uitkering een tegenprestatie opleggen als het college dit een passende manier voor de inwoner vindt om iets terug te doen voor de samenleving.

2.. Het doel van de tegenprestatie is dat de inwoner zich inzet voor de samenleving als reactie op de inspanningen van de gemeente voor de inwoner.

3.. Bij voorkeur draagt de tegenprestatie bij aan arbeidsinpassing.

4.. De tegenprestatie die de gemeente van de inwoner verwacht duurt maximaal 6 maanden per jaar en maximaal 10 uur per week. Dit is om de volgende redenen:

  • - De tegenprestatie mag het vinden van betaald werk niet in de weg zitten;
  • - Het moet gaan om activiteiten die maatschappelijk nuttig zijn, maar waarvoor geen beloning kan worden gevraagd.

5.. Bij het opleggen van een tegenprestatie houdt het college rekening met alle persoonlijke omstandigheden van de inwoner, zoals de gezinssituatie, de duur van de werkloosheid, eventuele beperkingen en vrijwilligerswerk.

6.. Het college legt in ieder geval geen tegenprestatie op als de inwoner mantelzorg verleent en dit niet te combineren is met de tegenprestatie.