De beleidsregels eenmalige energietoeslag 2023 staat niet op zichzelf, maar is gebaseerd op artikel 35 van de Participatiewet. Dit betekent dat wie niet aan de voorwaarden van de wet voldoet, bijvoorbeeld omdat die persoon op de peildatum geen rechthebbende is of omdat een uitsluitingsgrond geldt, geen aanspraak kan maken op de energietoeslag. Soms kan dat een hardheid inhouden. Daar voorziet artikel 5 in.
In artikel 1 wordt de peildatum nader omschreven. De aanvraag voor de eenmalige energietoeslag wordt toegekend als de inwoner rechthebbend is op 1 september 2023, of op de eerste dag van de maand voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is gedaan. Als de aanvraag is gedaan in 2024 dan wordt gekeken of er een recht op energietoeslag bestond op de eerste dag van de laatste maand uit 2023. Hierbij wordt dan ook het inkomen over de maand december meegenomen.
In artikel 2 wordt de doelgroep nader omschreven. Met vermogen wordt geen rekening gehouden. Voor het begrip ‘inkomen’ is aansluiting gezocht bij het beleid dat daarvoor al in de gemeente geldt in de eigen beleidsregels bijzondere bijstand. Daar voorziet artikel 1 in. De kostendelersnorm is niet van toepassing bij de regeling eenmalige energietoeslag. Om stapeling van de energietoeslag op één adres te voorkomen, wordt de toeslag eenmaal per huishouden verstrekt.
Een ambtshalve toekenning is enkel mogelijk als vaststaat dat de persoon op de peildatum recht heeft. en sprake is van een laag inkomen zoals omschreven in artikel 2. Dit kan worden aangenomen bij huishoudens die algemene bijstand ontvangen of een uitkering IOAW of IOAZ. Daar kan de gemeente andere groepen aan toe voegen, bijvoorbeeld personen die periodiek bijzondere bijstand ontvangen of een bijdrage op grond van gemeentelijke minimaregeling. Of dat mogelijk is zal afhangen van de vraag of de aanwezige gegevens voldoende zijn om vast te stellen dat zij op voorhand ook zullen voldoen aan de doelgroepomschrijving van artikel 2 en andere voorwaarden uit de Participatiewet.