In deze beleidsregels verstaan onder:
Wonen: het gebruik van een woning door één afzonderlijk huishouden;
Huishouden: een alleenstaande, dan wel twee personen met of zonder kinderen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren waarbij er sprake is van bewuste wederzijdse zorg en taakverdeling die het enkel gezamenlijk bewonen van een bepaalde woonruimte te boven gaat en waarbij de intentie bestaat om voor onbepaalde periode samen te wonen;
Woning: een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, waaronder inbegrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten;
Woonruimte: Besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden;
Zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte;
Onzelfstandige woonruimte: een wooneenheid die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, zoals sanitaire voorzieningen en/of de keuken;
Kamerbewoning: bewoning van een onzelfstandige woonruimte;
Kamergewijze verhuur: het aan twee of meer personen in gebruik geven van een woning voor kamerbewoning door toepassing van huurovereenkomsten voor onzelfstandige woonruimte;
Inwonen/inwoning; bewoning van een onzelfstandige woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden, zijnde de eigenaar-bewoner(s) of de hoofdhuurder(s), in gebruik is genomen;
Hospitaverhuur: verhuur van onzelfstandige woonruimte voor inwoning;
Woningdelen: het in gezamenlijkheid gebruiken van een woonruimte door twee of meer personen die geen duurzaam gemeenschappelijk huishouden vormen, waarbij gebruik gemaakt wordt van één huurcontract/koopcontract voor de hele woning en dat wordt gezien als een vorm van bewoning van onzelfstandige woonruimte door de gebruikers;
Voorraadvergunning: verzamelbegrip voor de vergunning voor onttrekking, samenvoeging, omzetting en/of woningvorming als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 en artikel 5:1 tot en met artikel 5:8 van de Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk 2023;
Splitsingsvergunning: vergunning voor splitsing als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet en artikel 5:9 tot en met artikel 5:15 van de Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk 2023, ook wel kadastrale splitsing genoemd. De splitsingsvergunning ziet niet toe op het verbouwen van woonruimte tot twee of meer zelfstandige woonruimten (ook wel woningvorming of bouwkundige splitsing genoemd);
Gebruiksoppervlakte: oppervlakte van een ruimte of een geheel van ruimten gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen, en gemeten volgens NEN 2580;
Verblijfsoppervlakte: het totaal van de gebruiksoppervlakten van alle verblijfsruimten in een woning, waarbij verblijfsruimte wordt gezien als ruimte voor het verblijven van de bewoners, dan wel een ruimte waarin de voor een gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten plaatsvinden.
Hoofdstuk 2
Artikel 1
Definities
Onderdeel van Beleidsregels wijzigen samenstelling woonruimtevoorraad gemeente Rijswijk 2023