De commissie onderzoekt klaagschriften over gedragingen en oordeelt over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van een klacht en over de behoorlijkheid van de beklaagde gedraging.
De commissie vergewist zich ervan dat de procedure volgens hoofdstuk 1 en 2 van deze verordening is doorlopen.
Naast een doorzending op grond van artikel 2:3 van de Awb, verwijst de commissie verzoeker zo nodig naar een andere daarvoor in aanmerking komende instantie.
De commissie kan gedurende het onderzoek aan de verzoeker, het bestuursorgaan en de beklaagde voorstellen doen teneinde onderling tot een oplossing van de klacht te komen.
Indien het onderzoek naar het oordeel van de commissie onvoldoende zekerheid verschaft over de feitelijke toedracht van de gedraging waarop de klacht betrekking heeft, wordt geen oordeel uitgesproken.
De commissie kan het bestuursorgaan aanbevelingen doen om maatregelen te nemen. Het bestuursorgaan deelt aan de commissie mede of en op welke wijze aan een aanbeveling gevolg wordt gegeven. Afwijking van een aanbeveling wordt door of namens het bestuursorgaan gemotiveerd.