Op grond van artikel 2:1 b van de Algemene Plaatselijke Verordening Brunssum 2023 (verder te noemen APV), eerste wijziging kan de burgemeester iemand een verwijderingsbevel (ofwel verblijfsontzegging) resp. een gebiedsontzegging opleggen.
Een gebiedsontzegging is: een bevel om zich te verwijderen en verwijderd te houden uit een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gebied gedurende een bepaalde tijd. Een gebiedsontzegging kan worden opgelegd voor maximaal zes maanden.
De gebiedsontzegging kan de burgemeester alleen opleggen voor zijn/haar eigen gemeente.
Het college heeft op grond van het eerste lid van artikel 2:1 b APV gebieden aangewezen waar in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de verkeersvrijheid of veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid aan personen een gebiedsontzegging kan worden opgelegd (hierna: het gebied).
Artikel 2:1 b van de APV luidt als volgt:
Artikel 2:1 b Verblijfsontzegging (snel mensen verwijderen)
In het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de verkeersvrijheid of veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid kan het college een gebied aanwijzen waar door politieambtenaren aan een persoon, die zich bevindt op de weg of plaats, die deel uitmaakt van dit gebied, gedurende de uren daarbij genoemd, het bevel kan worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester:
aan de persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het eerste lid, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste veertien dagen, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied als bedoeld in het eerste lid, gedurende de uren daarbij genoemd;
aan de persoon, aan wie eerder een verbod als bedoeld onder a is opgelegd, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste zes maanden, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied als bedoeld in het eerste lid, gedurende de uren daarbij genoemd.
De burgemeester beperkt het in het tweede lid, onder a en b genoemde verbod of de daarin genoemde termijn als dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het tweede lid, onder a en b.
De APV biedt de mogelijkheid voor de burgemeester om op te treden tegen lichtere vormen van overlast, waar (nog) geen sprake is van een zeer ernstige verstoring van de openbare orde of van een herhaaldelijke verstoring van de openbare orde.
Naast de in deze beleidsregel beschreven bevoegdheden beschikt de burgemeester over aanvullende bevoegdheden op grond van de Gemeentewet.
Zo is er de zogenaamde ‘lichte bevelsbevoegdheid’ artikel 172, derde lid, Gemeentewet. Dit houdt in dat de burgemeester bevoegd is bij acute verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de bevelen te geven die hij noodzakelijk acht voor de handhaving van de openbare orde. De wetgever heeft deze bevoegdheid in het leven geroepen voor situaties waarin de geldende regelgeving, waaronder lokale regelgeving, geen voorziening bevat voor een concreet openbare ordeprobleem en waarbij snel ingrijpen is vereist.
In een acute situatie waarin relschoppers bijvoorbeeld de openbare orde bij een evenement ernstig verstoren blijven de strafrechtelijke aanhouding, andere bevoegdheden op grond van de APV (bestuurlijk ophouden etc.), de noodrechtbevoegdheden (artikelen 172 en 175-176a Gemeentewet) de meest geëigende bevoegdheden.
Daarnaast bieden de artikelen 172a en b Gemeentewet (Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast/ Wet MBVEO) de burgemeester bevoegdheden om op te treden tegen zwaardere vormen van overlast gevend gedrag met een langduriger patroon van herhaaldelijk of ernstig overlast gevend gedrag dan wel een ernstige verstoring van de openbare orde.
De gebiedsontzeggingen op grond van de APV kunnen in mandaat door de politie en handhavers van het team Veiligheid, Handhaving en Toezicht worden opgelegd. Bij de gebiedsverboden op grond van de Wet MBVEO is geen mandatering mogelijk.
Artikel 1.
Juridisch kader
Onderdeel van Beleidsregels van de burgemeester van Brunssum houdende gebiedsontzeggingen Brunssum 2023