1.. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieregeling vaststellen.

2.. Een subsidieregeling bevat ten minste:

  • - een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt;
  • - de wijze van verdeling;
  • - de criteria waaraan de subsidieaanvragen worden getoetst;
  • - de geldingsduur van de subsidieregeling.

3.. Een subsidieregeling vervalt na vier jaar.

4.. De geldingsduur van een subsidieregeling kan verlengd worden met maximaal vier jaar, indien burgemeester en wethouders tot verlenging besluiten, gelezen een evaluatie van deze regels.

5.. Burgemeester en wethouders kunnen in onvoorziene gevallen, waarin in beleid niet is voorzien, een incidentele subsidie verstrekken, indien dit gelet op de bij de subsidieverstrekking betrokken belangen noodzakelijk is.