Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3.

Doelstelling en reikwijdte

Onderdeel van Participatieverordening Leidschendam-Voorburg 2023

Deze verordening beoogt de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten, de kwaliteit van beleid en projecten te verbeteren, de samenwerking tussen gemeente en inwoners te versterken en helderheid te scheppen over proces en rolverdeling. Inwonerparticipatie bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid, projecten en / of programma’s en inspraak op een concept beleidsvoornemen wordt in beginsel toegepast wanneer het te verwachten is dat er belanghebbenden zijn die in aanzienlijke mate geraakt zullen worden door het betreffende beleid of project, ofwel wanneer te verwachten is dat betrokken inwoners of experts over relevante ervaringskennis of inzichten beschikken die bruikbaar zijn bij de ontwikkeling van het beleid of project. De gemeente kiest zo veel mogelijk voor inwonerparticipatie tenzij de omstandigheden van het geval een legitieme onderbouwing geven om geen inwonerparticipatie toe te passen. Participatie, inspraak en uitdaagrecht kan worden verleend aan inwoners. Deze verordening is niet van toepassing op inwonerparticipatie of andere initiatieven van inwoners die al zijn geregeld in andere al dan niet gemeentelijke verordeningen, regelgeving of procedures. De gemeente geeft structureel inzicht in de gemeentelijke plannen, in het bijzonder voor de wijken en dorpen, zodat inwoners tijdig invloed kunnen uitoefenen. De gemeente is transparant bij participatieprocessen. Zij maakt relevante informatie actief openbaar, tenzij de uitzonderingsgronden van de Wet open overheid (Woo) van toepassing zijn. Het college neemt elk jaar een participatieparagraaf op in de begroting als voorstel aan de raad, waarin de speerpunten voor participatie in het komend jaar benoemd worden. Om de ontwikkeling van inwonerparticipatie te bevorderen, experimenteert de gemeente periodiek met nieuwe vormen van inwonerparticipatie. Het college stelt tweejaarlijks een experimenteerprogramma vast met drie elementen: een keuze van de te beproeven nieuwe vormen van participatie, de uitvoeringscondities in de sfeer van middelen, capaciteit en bekwaamheid, en de toetsingscriteria voor de evaluatie na het experiment. Wanneer het college een experimenteerprogramma vaststelt wordt dit eerst naar de raad gezonden voor wensen en bedenkingen. Nieuwe vormen van participatie die aan bod kunnen komen in de experimenteerprogramma’s, zijn onder meer de volgende: gebiedsgerichte participatie in wijken met grote programma’s, hybride dialoog, een combinatie van fysieke en online bijeenkomsten, burgerberaad, uitdaagrecht, joint fact-finding, het gezamenlijk agenderen en uitvoeren van onderzoek door gemeente en inwoners, jongerenparticipatie met vormen en thema’s die aansluiten bij de leefwereld van jongeren, living labs. Bij inwonerparticipatie, overheidsparticipatie en uitdaagrecht is er namens het college een ambtelijk contactpersoon als eerste aanspreekpunt.

Rechtspraak bij dit artikel