Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5

Bevoegdheden

Onderdeel van Budgethoudersregeling

In het verlengde van de verantwoordelijkheden gelden de volgende bevoegdheden: De directeur, afdelingsmanager en adjunct-afdelingsmanager kunnen instructies geven aan een budgethouder, deelbudgethouder of projectbudgethouder over de administratieve vastlegging en verantwoording. De budgethouder, deelbudgethouder en projectbudgethouder zijn bevoegd opdrachten te verlenen tot levering van goederen, aanneming van werk en verlening van diensten tot het bedrag van diens budget en een maximumbedrag op basis van hun rol en functie: Eerste budgethouder / Directie: geen maximum Budgethouder (is altijd een pijlermanager) : tot € 2.500.000,- Deelbudgethouder die adjunct-manager is: tot € 200.000,- Deelbudgethouder tot: € 100.000,- Projectbudgethouder tot € 200.000,- De budgethouder, deelbudgethouder en projectbudgethouder zijn bevoegd om met een verkoopnota, declaratie of beschikking opdracht te geven aan het team Financiën tot het innen van een som geld van een derde partij. De budgethouder, deelbudgethouder en projectbudgethouder zijn bevoegd om uitsluitend bij onvoorziene, onontkoombare en niet uit te stellen zaken diens budget of deelbudget te overschrijden tot maximaal 10% van het budget, op voorwaarde dat zij het college hierover zo snel mogelijk informeren. De directie kan voor het beheer van bijzondere kosten, zoals personeelskosten, bijdragen aan verbonden partijen en kapitaalslasten, een centrale budgethouder aanwijzen. Dit komt tot uitdrukking in de begroting.

Rechtspraak bij dit artikel