Exploitatiekosten
Uit bovenstaande grafieken blijkt het volgende:
Scenario 3 heeft de laagste cumulatieve exploitatiekosten.
In de periode tot en met 2030 zijn de cumulatieve exploitatiekosten van scenario 3 ten opzichte van scenario 1 ongeveer € 65.000 lager, omdat in dezelfde periode minder energie verbruikt wordt en omdat de onderhoudskosten voor LED verlichting lager zijn dan voor conventionele verlichting.
Kapitaallasten
In de periode tot en met 2030 zijn de kapitaallasten in scenario 3 aanvankelijk het hoogst, omdat in de periode tot en met 2028 het meest in armatuurvervanging wordt geïnvesteerd. Vanaf 2028 tot 2030 wordt het verschil met scenario 2 steeds kleiner, omdat tot en met 2030 dezelfde investeringen plaats vinden. De vervroegde afschrijvingen zijn hierin niet meegerekend.
De investeringen in armatuurvervanging vinden in scenario 1 over een langere periode plaats, waardoor de kapitaallasten langzamer groeien tot het niveau van scenario 2 en 3.
Exploitatielasten
De exploitatielasten (exploitatiekosten en kapitaallasten) in de periode tot en met 2030 zijn voor scenario 3 het hoogst en voor scenario 2 het laagst. De verschillen zijn minimaal.
Hoofdstuk 6
Artikel 7.5
Vergelijk op financiën
Onderdeel van Beheerplan Openbare Verlichting 2024-2028