Een vernieuwde BBV-notitie Rente heeft tot doel (te stimuleren) dat gemeenten alleen de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en de jaarstukken, waarbij ook een verdere harmonisatie tussen gemeenten en daarmee de vergelijkbaarheid nagestreefd worden.
Rentekosten zijn de kosten die de gemeente maakt om over voldoende liquide middelen te beschikken. De rentekosten bestaan uit rentekosten van langlopende leningen (lang vreemd vermogen) en kortlopende leningen (kort vreemd vermogen). Rentetoerekening wordt toegepast om de lasten van het benodigd vermogen toe te rekenen aan de taakvelden in de begroting en jaarrekening. Deze toerekening vindt plaats op basis van de bepalingen in de BBV notitie rente. Gemeente Gulpen-Wittem rekent geen rente toe aan reserves (conform het advies van de commissie BBV).
De rentetoerekening is van belang voor het nemen van investeringsbeslissingen en voor het bepalen van de prijsstelling van die taakvelden van de gemeente waar deze rentelasten door worden veroorzaakt. De rentekosten moeten verplicht worden toegerekend aan de taakvelden op basis van een renteomslag.
Belangrijk is te onderkennen dat niet sprake is van één, maar van meerdere rentepercentages, te weten:
De renteomslag, zoals deze in de notitie Rente van de commissie BBV wordt voorgeschreven
De rekenrente voor (middel)lange leningen, waarmee wordt gerekend bij het opstellen van de liquiditeitsprognose: onderdeel van het, onder a genoemde renteomslag-model van de BBV is dat de ‘geprognosticeerde rente op nieuwe leningen’ vermeld dient te worden: deze rente is een gevolg van de financieringsbehoefte, die resulteert uit de gemeentelijke liquiditeitsprognose. Het rentepercentage dat geldt voor het aantrekken van aanvullende financieringsbehoefte betreft een verwachting, waarbij onder andere wordt rekening gehouden met de, voor zover bekend zijnde, forward 10-jaars SWAP-rente van BNG, RABO, ABN AMRO en ING voor zowel de bekende toekomstige renteherzieningen (van de bestaande leningen), als voor de financieringsbehoefte, die resulteert uit de liquiditeitsplanning van de gemeente;
De rekenrente voor kortlopende schulden, waarmee wordt gerekend bij het opstellen van de liquiditeitsprognose: eveneens wordt in het onder a genoemde renteomslag-model van de BBV vermeld de ‘geprognosticeerde rente op korte financieringen’: ook deze vloeit voort uit de financieringsbehoefte als afgeleide van de liquiditeitsplanning, waarbij het rentepercentage eveneens een verwachting is, die mede gebaseerd wordt op, de voor zover bekend zijnde gemiddelde verwachte driemaands rente van BNG, RABO, ABN AMRO en ING’; het gedeelte van de geprognosticeerde financieringsbehoefte dat met korte middelen gefinancierd kan worden is onderhevig aan de grenzen zoals gesteld in de wet FiDo (Wet Financiering Decentrale Overheden).
Renteaanpassingen worden behalve bij het opstellen van de begroting ook tijdens het lopende begrotingsjaar meegenomen; als het financiële mutaties betreft die een aanvullende liquiditeits-behoefte veroorzaken (investeringen, subsidies, projecten etc) dient rente bij het afzonderlijke voorstel te worden geraamd op basis van de in de begroting gehanteerde renteomslag, dit hoeft echter alleen indien het betreffende rentebedrag hoger is dan € 20.000 per jaarschijf.