1. De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er zorg voor dat op het tijdstip als bedoeld in artikel 10 alle archiefbescheiden onverwijld in een verzegelde envelop en gerubriceerd als ‘geheim’ worden overgebracht naar de krachtens de wet door de raad aangewezen archiefbewaarplaats.
2. Van de overbrenging wordt een verklaring van overbrenging volgens artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 wordt opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van met toepassing van artikel 15, lid 1 sub a en c, van de Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid.
3. De originele bescheiden die de commissie heeft ontvangen van de commissaris of van kandidaten worden onmiddellijk na het in eerste lid bedoelde tijdstip door de leden bij de secretaris ter vernietiging ingeleverd.
4. De in het derde lid bedoelde bescheiden worden door de secretaris terstond vernietigd.