Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Soorten vaste activa

Onderdeel van Nota activabeleid gemeente Soest 2023

Het BBV onderscheidt de volgende soorten vaste activa: de immateriële vaste activa; de materiële vaste activa; de financiële vaste activa. Immateriële vaste activa zijn bezitttingen die niet tastbaar zijn. In de balans worden onder de immateriële vaste activa (artikel 34 BBV) afzonderlijk opgenomen: kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio (vergoeding) en disagio (kosten); kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief; bijdragen aan activa in eigendom van derden. Geldleningen en het saldo van agio en disagio Het BBV biedt de mogelijkheid om kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio te activeren. Een (dis)agio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening is aangegaan en het bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd als gevolg van een koersverschil. Dit verschil mag worden geactiveerd met een afschrijvingsduur maximaal gelijk aan de looptijd van de nieuwe lening. Vanwege het voorzichtigheidsprincipe en uit praktische overwegingen, wordt voorgesteld om dergelijke verschillen niet te activeren maar direct ten laste of ten gunste van de exploitatie te brengen. De kosten van het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio worden niet geactiveerd en worden direct ten laste gebracht van de exploitatie. Onderzoek en ontwikkeling Het BBV biedt de mogelijkheid om kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief te activeren. Om deze kosten te activeren moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan (artikel 60 BBV) het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien staat vast; het actief zal in de toekomst economisch of maatschappelijk nut genereren; de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen kunnen betrouwbaar worden vastgesteld. Vanwege het voorzichtigheidsprincipe en uit praktische overwegingen, wordt voorgesteld om kosten van onderzoek en ontwikkeling niet te activeren maar direct ten laste van de exploitatie te brengen. Dit met uitzondering van de kosten van onderzoek en ontwikkeling voor grondexploitaties die een bijzondere positie innemen. Om deze kosten te mogen activeren, dient te worden voldaan aan voorwaarden aanvullend op artikel 60 BBV. Deze zijn opgenomen in de Notitie grondbeleid van de commissie BBV. Voorbereidingskosten Voorbereidingskosten die rechtstreeks aan de vervaardiging van het actief kunnen worden toegerekend, moeten als onderdeel van de vervaardigingsprijs worden geactiveerd (artikel 63 lid 3 BBV). Dat betekent dat deze voorbereidingskosten in de betreffende investeringsbegroting worden meegenomen. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden niet geactiveerd en worden direct ten laste gebracht van de exploitatie. De raad kan op voorstel van het college besluiten om hiervan af te wijken en de kosten wel te activeren en in maximaal vijf jaar af te schrijven. Bijdragen aan activa in eigendom van derden Over de bijdragen aan activa in eigendom van derden heeft het BBV nadere voorwaarden opgesteld om deze bijdragen te kunnen activeren (artikel 61 BBV). Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien: er sprake is van een investering door een derde; de investering bijdraagt aan de publieke taak; de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen; de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Voor bijdragen aan activa van derden gaat het om bezittingen van derden die niet ons eigendom zijn. Hoewel dit een reden kan zijn om deze bijdragen niet te presenteren op de gemeentelijke balans kunnen er ook (financiële) overwegingen zijn om dit juist wel te doen. Vandaar dat wij voorstellen om dit per geval afzonderlijk af te wegen. Voor bijdragen aan activa in eigendom van derden wordt op voorstel van het college per geval afgewogen of deze bijdragen worden geactiveerd of juist rechtstreeks ten laste van de exploitatie worden gebracht. Onder materiële vaste activa worden investeringen verstaan waartegenover een bezit staat waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Deze activa zijn, conform artikel 35 lid 1 BBV, onder te verdelen in: investeringen met een economisch nut (zoals bedrijfsgebouwen, vervoermiddelen, software); investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven (zoals riolering, afvalcontainers); investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut (zoals reconstructie wegen, verkeersregelinstallaties, beplanting). Alle investeringen worden geactiveerd (artikel 59 lid 1 BBV). Een uitzondering hierop vormen, conform artikel 59 lid 2 BBV, de kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde. Deze worden niet geactiveerd. Artikel 62 lid 1 BBV bepaalt dat alle vaste activa moeten worden geactiveerd voor het bedrag van de investering. Software: wanneer activeren? Het is alleen toegestaan om de kosten van software (en de bijbehorende implementatiekosten) te activeren als er sprake is van software in eigendom of eenmalige aanschaf van een licentie voor onbepaalde tijd. Bij een licentie voor bepaalde tijd of waarvoor jaarlijks een vergoeding verschuldigd is of een abonnement geldt, is er sprake van periodieke betalingen of een vooruit te betalen bedrag en horen de kosten ten laste van de exploitatie te komen. We zien een tendens dat er steeds meer software via een abonnement als een online dienst wordt afgenomen (SaaS: software as a service) wat betekent dat de software niet wordt aangeschaft en niet wordt geactiveerd. Het BBV geeft in artikel 36 BBV een onderverdeling aan van de verschillende soorten financiële vaste activa die afzonderlijk op de balans worden opgenomen. Hierin wordt onderscheid gemaakt in kapitaalverstrekkingen (aan onder andere deelnemingen) en verstrekte leningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel