Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2

Artikel 5.2.1

Duurzame omgang met hemelwater

Onderdeel van Water en Rioleringsprogramma 2024-2030

In navolging op het landelijke beleid vastgesteld in de Wet Milieubeheer (art.10. 29a), het Nationaal Bestuursakkoord Water en Waterbeheer 21e eeuw hanteren gemeenten en waterschap de volgende tritsen voor de omgang met hemelwater: Waterkwantiteit Waterkwaliteit Hergebruiken Vasthouden Schoonhouden Bergen Scheiden Afvoeren Schoonmaken Hemelwaterverordening De gemeente beschikt niet over een hemelwaterverordening. In de planperiode wordt onderzocht wat het nut en/of de noodzaak is van het beschikken over een hemelwaterverordening voor de gemeente. Als blijkt dat een hemelwaterverordening nuttig of noodzakelijk is, zal de gemeente in de planperiode een hemelwaterverordening opstellen. Verantwoordelijkheden particulier Perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor het verwerken van hemelwater op eigen terrein; Pas als de perceeleigenaar het hemelwater redelijkerwijs niet zelf kan verwerken, treedt de zorgplicht voor de gemeente in werking; In gescheiden gerioleerde wijken en bij nieuwbouw zal de particulier het hemelwater gescheiden van het afvalwater moeten aanbieden; In drukrioleringsgebieden en bij gebruik van een IBA dient de particulier het hemelwater op zijn perceel zelf te verwerken. Nieuwbouw Onder nieuwbouw worden zowel uitbreidingen verstaan alsook inbreidingslocaties en renovatie-en/of herinrichting van bestaande bouw. Alle situaties zijn volgens de wet- en regelgeving omgevingsvergunning plichtig. Hierbij hanteren gemeente en Hoogheemraadschap het uitgangspunt dat zij nieuwbouw situaties onderling afstemmen volgens de systematiek van de watertoets. Dit betreft onder andere de vloerpeilen afstemmen op de hoogte van grondwaterstanden, de waterberging afstemmen op de hoeveelheid te realiseren verharding, de wijze waarop het gebied wordt gerioleerd, waterveiligheid, en drinkwaterbesparing. In lijn met de voorkeursvolgorde voor verwerking van hemelwater streeft de gemeente bij nieuwbouw naar een volledig gescheiden inzameling en verwerking van afval- en hemelwater, zolang de lokale situatie dit toelaat. Zoveel mogelijk verwerken hemelwater op eigen terrein (hergebruiken en vasthouden); Overtollig hemelwater gescheiden aanleveren van het vuilwater (afkoppelen); Hemelwater waar mogelijk terugbrengen in de bodem, in het watersysteem óf in de riolering. Voor inbreidingsprojecten en nieuwe bedrijventerreinen geldt evenals voor nieuwbouwlocaties de eis tot het realiseren van een volledig gescheiden stelsel. Hiervan wordt alleen afgeweken wanneer een gescheiden stelsel gecombineerd met het type inbreiding of bedrijf of het type transport over het terrein een risico vormt voor het oppervlaktewater of het grondwater. Het hemelwaterbeleid van Delfland gaat uit van het stand-still beginsel voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat de kans op wateroverlast niet mag toenemen als gevolg van een ingreep in het watersysteem of een handeling die invloed heeft op het functioneren van het watersysteem. Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, zoals nieuwbouw, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast en moet worden gecompenseerd door extra waterberging aan te leggen. Daarnaast vindt Delfland het belangrijk dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden met hevigere neerslag door klimaatverandering. Om te berekenen hoeveel waterberging moet worden gerealiseerd om de effecten van nieuwbouw te compenseren kan gebruik worden gemaakt van de watersleutel. Deze rekentool houdt eveneens rekening met hevigere neerslag in de toekomst. Zie voor meer informatie Watersleutel (www.hhdelfland.nl). Bestaande openbare ruimte In bestaande situaties zal steeds een afweging gemaakt worden of het actief scheiden van waterstromen de meest doelmatige en duurzame wijze van hemelwaterverwerking is. In beginsel geldt dat de openbare ruimte en de voorzijde van daken worden afgekoppeld. Met name investeringsmomenten zoals vervangings- en renovatiewerkzaamheden zijn een logisch moment om de riolering duurzamer in te richten. Afkoppelen is voor de gemeente geen doel op zich, maar een resultaat van weloverwogen keuzes. Hierbij wordt gestreefd naar het planmatig en doelgericht afkoppelen van verharde oppervlakken, waarbij zoveel mogelijk meerwaarde wordt gecreëerd voor de omgeving (openbare ruimte, oppervlaktewater en grondwater). In de planperiode bouwt de gemeente actief aan het verkrijgen van meer inzicht, aan het opstellen van plannen op tactisch en strategisch niveau en aan beleid om doelmatig afkoppelen (in bestaand gebied) mogelijk te maken en in te bedden in de gemeentelijke organisatie. Rust, realisme, transparant handelen, eenduidigheid en zo mogelijk uniformiteit zijn daarbij belangrijke begrippen. Voor het maken van een goede afweging kan de gemeente gebruikmaken van het “afwegingskader voor hemelwater” van de gemeente Westland en het hoogheemraadschap van Delfland, zoals opgenomen in het Convenant Klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland5https://www.zuid-holland.nl/publish/pages/21795/convenantklimaatadaptiefbouwen.pdf. In gebieden waar de voorkant van woningen wordt afgekoppeld, voert na toestemming van de eigenaar de gemeente dit uit en betaalt de kosten. De gemeente wordt hierbij niet de beheerder van deze aansluitleidingen op het perceel van de eigenaar zelf. De uitvoering vindt plaats in overleg. De risico’s worden verdeeld over gemeente en eigenaar. Tegelijkertijd vindt een gebiedsaanwijzing plaats waarin de plicht tot afkoppelen geregeld is. Deze werkwijze is erop gericht de maatschappelijke investeringskosten, administratieve en handhavingskosten zo beperkt mogelijk te houden. In geval van het afkoppelen van het hemelwater ontvangen de particulieren in deze gebieden actief voorlichting over de mogelijkheden en de werking van systemen voor afkoppelen. Daarbij wordt gekeken of afkoppelen gecombineerd kan worden met andere werkzaamheden in de openbare ruimte.

Rechtspraak bij dit artikel