Voorkomen wateroverlast
De riolering kan veel water verwerken, water-op-straat treedt in beperkte mate op en overlast vindt incidenteel plaats en is van korte duur. Toch worden de grenzen van de capaciteit van rioolstelsels een keer bereikt, waardoor water-op-straat tijdens hevige neerslag onvermijdelijk is.
Bij zware regenbuien kan dit leiden tot wateroverlast en vuilemissie via gemengde riooloverstorten. Het is de verwachting dat dergelijke zware buien in de toekomst vaker zullen voorkomen. Vaker zal water-op-straat komen te staan en hinder veroorzaken. Bewoners accepteren een incidenteel wateroverlast op straat wanneer het extreem regent of geregend heeft, maar de acceptatie is aan grenzen gebonden.
De gemeente spreekt van regen- of afvalwateroverlast als:
Vuilwater wat op straat komt te staan of vanuit de openbare ruimte gebouwen instroomt (gezondheidsrisico);
Er als gevolg van water vanuit het rioolsysteem materiële schade aan gebouwen of objecten in de openbare ruimte optreedt;
Water-op-straat het verkeer op belangrijke wegen langdurig belemmert.
Er is sprake van overlast vanuit het oppervlaktewater wanneer water vanuit (binnenstedelijke) grachten of waterlopen de verkeersafwikkeling in de openbare ruimte ontwricht of gebouwen instroomt.
Toetsingsnorm voor wateroverlast
Veel rioolstelsels binnen de gemeente zijn ooit ontworpen op basis van een theoretische neerslag belasting. Dit betreft van oudsher een inloop van 20 mm/uur of 30 mm/uur en na 1994 een neerslag van Bui 07 of Bui 08 vanuit de Kennisbank Stedelijk Water. De hierbij gehanteerde uitgangspunten kunnen in de loopt der jaren echter zijn gewijzigd, bijvoorbeeld ten gevolge van bodemdaling of de toename van verharding, ook op particulier terrein. Ook de introductie van nieuwe berekeningsbuien waarin het huidige en het verwachte klimaat in 2050 zijn verwerkt zorgen voor een aanleiding om uitgevoerde toetsen periodiek te herhalen.
Periodiek brengt de gemeente het hydraulische en milieutechnische functioneren van de stelsels in beeld. Gecombineerd met praktijkervaringen, uitkomsten uit stresstesten en risicodialogen, en een actueel inzicht in meldingen en klachten geeft dit inzicht in de aanwezige knelpuntlocaties binnen de gemeente. Daarbij bepaalt de gemeente welke risico’s zij nog acceptabel vindt en wanneer maatregelen gewenst zijn. Op basis van de verkregen resultaten maakt de gemeente een afweging waar welke maatregelen gewenst en doelmatig zijn (in de riolering, openbare ruimte, watersysteem).
De gemeente hanteert verschillende toetsingsnormen voor verschillende situaties, te weten:
Maatgevende afvoersituatie.
Voor deze situatie wordt een model doorgerekend met een toetsbui en heeft als doel om na te gaan of het ondergrondse stelsel “groot genoeg” is.
Het stelsel moet de vooraf vastgestelde bui met een bekende theoretische herhalingstijd6Kanttekening is dat deze herhalingstijd als gevolg van klimaatverandering niet exact overeenkomt met de herhalingstijd die volgt uit de STOWA regenduurlijnen. kunnen verwerken, zonder dat (langdurig) water-op-straat situaties ontstaan;
Situatie bij overbelasting.
Als tweede vindt een toetsing plaats met een bui die een grotere intensiteit heeft dan de toetsbui voor de maatgevende afvoersituatie. Deze toetsing heeft als doel om te bepalen hoe het systeem functioneert bij overbelasting. De overbelasting zal veelal leiden tot water-op-straat. Met een 2D rekenmodel (officieel: een modelconcept rioleringsmodel met stroming over maaiveld of maaiveldmodel met een rioleringsmodel) kan worden bepaald hoe bij water-op-straat afstroming over het maaiveld plaatsvindt en of er risico bestaat op overlast. Dit risico kan worden verkleind door maatregelen aan het rioolstelsel te nemen, maar vooral ook door bovengrondse maatregelen;
Stresstest voor extreme situaties.
Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. Stortbuien en langdurige neerslag kunnen wateroverlast veroorzaken. Dat levert risico’s op voor onze economie, gezondheid en veiligheid. Om lokale en regionale kwetsbaarheden voor klimaatveranderingen in beeld te brengen worden klimaatstresstesten uitgevoerd. Daarbij wordt een systeem belast met één of meer van de zeven door STOWA en RIONED speciaal gestandaardiseerde stresstestbuien of een werkelijk gevallen bui.
Klimaat
Vanuit de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (september 2014) is afgesproken dat klimaatbestendig en waterrobuust inrichten in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel moet zijn bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen. Het doel van het Deltaprogramma is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust moet zijn.
Uitgangspunten voor gemeenten en waterschap is om te anticiperen in werkzaamheden op de verwachte klimaatverandering en risicolocaties voor wateroverlast in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen. Het klimaatbestendig handelen dient in 2020 te zijn verankerd in gemeentelijk beleid zodat steden in 2050 daadwerkelijk zoveel mogelijk klimaatbestendig kunnen zijn.
Omdat water slechts één van de thema’s binnen de klimaatbestendige stad vormt zal er een integrale visie binnen de gemeente nodig zijn om echt invulling te geven aan de Deltabeslissing. Daarnaast zijn oplossingsrichtingen in de openbare ruimte onderling sterk met elkaar verweven waardoor een breed gedragen visie voor ontwerp, uitvoering en financiering van maatregelen vereist is.
Toetsingsnorm voor nieuwe stelsels
Het ontwerp van nieuwe stelsels in nieuwe gebieden moet hydraulisch voldoen aan een belasting met composietbui T=2 scenario 2050 laag vanuit de Kennisbank Riolering zonder dat er water-op-straat situaties ontstaan (maatgevende afvoersituatie). Hierbij dient er een minimale waking van 20 cm aanwezig te zijn. Daarnaast vindt een toetsing op overbelasting plaats aan de hand van de zwaardere controlebuien composietbui T=5 scenario 2050 laag en T=10 scenario 2050 laag vanuit de Kennisbank Riolering. Bij een belasting met voornoemde composietbuien T=10 mag er geen water in panden worden berekend.
Bij aanleg dient de ontwikkelaar te anticiperen op eventuele effecten van bodemdaling zodat het systeem ook op lange termijn in overeenstemming met de gestelde eisen blijft functioneren.
Toetsingsnorm voor bestaande stelsels
Voor bestaande stelsels geldt als vertrekpunt, dat voor de maatgevende situatie getoetst wordt op Bui 08 uit de Kennisbank Stedelijk Water, waarbij water tussen de trottoirbanden mag staan. Voor toetsing op overbelasting worden Bui 09 en 10 als vertrekpunt gehanteerd, vooral om te kunnen vergelijken met eerder uitgevoerde hydraulische berekeningen van de rioolstelsels. Daarnaast kan aanvullend getoetst worden met de composietbuien T=2 scenario 2050 laag en T=5 scenario 2050 laag.
Voor bestaande stelsels die tijdens de planperiode van dit Wrp zijn ontworpen, wordt getoetst op de ontwerpbuien, zoals die voor deze nieuwe stelsels zijn vastgesteld.
Voor kwetsbare gebieden waarvoor het lastig is om te voldoen aan de toetsbuien (de kosten van maatregelen zijn onevenredig hoog) zal met maatwerk oplossingen de hemelwateroverlast tot een acceptabel niveau tegen acceptabele kosten worden gebracht.
Toetsingsnorm voor transitiesituatie
Met een transitiesituatie wordt bedoeld, dat binnen een bestaande situatie nieuwbouw plaatsvindt. De omvang van deze transitiesituatie kan klein of groot zijn. De gemeente zal per situatie vaststellen of hiervoor de toetsingnormen voor nieuwe of bestaande situatie gehanteerd moeten worden (maatwerk).
Samenvatting toetsingsnormen nieuwe en bestaande stelsels
Tabel 5 2: Toetsingsnormen hemelwateroverlast
Toetsingsnorm
Nieuwe stelsels
Bestaande stelsels
Maatgevende afvoer
Composietbui T=2 scenario 2050 laag vanuit de Kennisbank Riolering.
37,9 mm in 10 uur. Piek 6,4 mm in 5 min.
Geen water op straat. Waking minimaal 20 cm.
Vertrekpunt: Bui 08 Kennisbank Stedelijk Water.
Water mag tussen de trottoirbanden staan.
Maatwerk voor kwetsbare gebieden
Toetsing overbelasting
Rioleringsmodel met stroming over maaiveld.
Composietbui T=5 en T=10 scenario 2050 laag vanuit de Kennisbank Riolering.
Geen schade of water in panden.
Rioleringsmodel met stroming over maaiveld
Bui 09 en bui 10 Kennisbank riolering.
Composietbui
Geen schade of water in panden
Stresstest
70 mm in 1 uur blok-bui (herhalingstijd T=100 voor klimaatscenario 2050).
90 mm in 1 uur blok-bui (herhalingstijd T=250 voor klimaatscenario 2050).
160 mm in 2 uur blok-bui (herhalingstijd T=1000 voor klimaatscenario 2050).
Uitkomsten bespreken in risicodialoog.
70 mm in 1 uur blok-bui (herhalingstijd T=100 voor klimaatscenario 2050).
90 mm in 1 uur blok-bui (herhalingstijd T=250 voor klimaatscenario 2050).
160 mm in 2 uur blok-bui (herhalingstijd T=1000 voor klimaatscenario 2050).
Uitkomsten bespreken in risicodialoog
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.2
Hemelwateroverlast
Onderdeel van Water en Rioleringsprogramma 2024-2030