Om de taken die genoemd zijn in dit Wrp te kunnen uitvoeren, dient hiervoor geld beschikbaar te zijn. Dit geld wordt geïnd door middel van een riool- en waterzorgheffing. De gemeente hanteert het beleid, dat de kosten van de gemeentelijke watertaken 100% kostendekkend moeten zijn met de inkomsten uit de riool- en waterzorgheffing over een langere planhorizon dan de planperiode van het Wrp. De riolering heeft een lange levensduur (ca. 60 jaar). In de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw is veel riolering aangelegd. Dit betekent dat deze riolering theoretisch in de periode 2020 - 2030 aan vervanging toe is. Door hierop te anticiperen en hiervoor nu geld te sparen in een voorziening, kan worden voorkomen dat de riool- en waterzorgheffing na 2020 ineens fors moet stijgen en dat de heffing jaarlijks fluctueert.
In voorgaande Gemeentelijke Rioleringsplannen werd nog uitgegaan van volledige rioolvervanging na de technische levensduur. Uit ervaring is inmiddels gebleken dat de levensduur van een belangrijk deel van de riolering verlengd kan worden via het relinen van rioolbuizen (zie paragraaf 7.2.1 voor een beschrijving). Relining kan resulteren in een aanzienlijke beperking van de investeringskosten.
Ook de uitgebreide rioolinspecties hebben ons meer inzicht gegeven in de kwaliteit van de riolering. Mede als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen hoeft de riool- en waterzorgheffing minder snel te stijgen dan in het verleden werd gedacht.
De berekening van de te innen riool- en waterzorgheffing is gedaan voor vier scenario’s. In alle berekeningen is als uitgangspunt genomen, dat de fluctuaties in de riool- en waterzorgheffing zo beperkt mogelijk zijn. Daarom is gekozen voor een periode van 60 jaar waarover de inkomsten kostendekkend moeten zijn. De verschillen tussen uitgaven en inkomsten worden opgevangen door middel van een egalisatievoorziening. In onderstaand overzicht zijn de scenario’s en de resultaten van de berekening van de te innen riool- en waterzorgheffing weergegeven.
De volgende scenario’s zijn doorgerekend:
Het huidige tarief van € 209,40 per heffingseenheid wordt gehandhaafd (geen verhoging of verlaging en exclusief indexatie);
Het tarief stijgt in 2024 in één keer naar kostendekkend niveau;
Het tarief stijgt stapsgewijs iedere planperiode. De eerste planperiode loopt van 2024 tot en met 2030. Na 2030 is iedere planperiode 5 jaar;
Het tarief stijgt stapsgewijs, waarbij het uitgangspunt geldt dat het saldo van de egalisatievoorziening zo laag mogelijk is.
In bijlage 9 zijn de gedetailleerde berekeningsresultaten van voornoemde scenario’s opgenomen.
In alle vier de scenario’s is de opbouw van de lasten hetzelfde. In figuur 7 1 zijn de kosten voor de gemeentelijke watertaken voor het jaar 2024 inzichtelijke gemaakt. Iets meer dan 60% bestaat uit de Exploitatielasten en 25% uit kapitaallasten. De BTW-lasten beslaan circa 15% van de totale kosten.
In figuur 7 2 is de opbouw van de lasten weergegeven voor de komende 60 jaar. Te zien is dat er met name een sterke groei van de kapitaallasten is voorzien. Dit is exclusief indexatie.
Uit de berekeningen blijkt dat het handhaven van het huidige tarief op de langere termijn niet kostendekkend is. De lasten zijn hoger dan de inkomsten. Vanaf 2040 wordt het saldo in de egalisatievoorziening negatief wat niet mag. Daarom is een stijging van het tarief op termijn noodzakelijk om kostendekkend te blijven.
In figuur 7 3 is de stijging van het tarief voor de scenario’s 1, 2 en 3 weergegeven, die benodigd is om kostendekkend te blijven. In deze scenario’s blijft het saldo van de egalisatievoorziening positief. Wel zijn er verschillen. In scenario 1 stijgt het saldo in de egalisatievoorziening de eerste jaren nog fors, voordat deze weer gaat dalen. Dit betekent dus veel sparen om toekomstige investering uit deze voorziening te kunnen bekostigen. Op de langere termijn levert dit wel het laagste tarief op. Bij de andere twee scenario’s daalt de komende jaren het saldo in de voorziening. In scenario 3 gaat dit sneller dan in scenario 2. Het tarief hoeft dan in 2024 niet fors te stijgen, maar op de langere termijn zal het tarief hoger zijn (zie figuur 7 4).
Figuur 7 2: opbouw lasten (exclusief indexatie)
Figuur 7 3: Tariefontwikkeling voor de vier scenario’s. Scenario 0 leidt tot een niet kostendekkend tarief op termijn
Figuur 7 4: Verloop saldo egalisatievoorziening voor de verschillende scenario’s
Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.2
Artikel 7.2.3
Resultaten kostendekkingsberekening riool- en waterzorgheffing
Onderdeel van Water en Rioleringsprogramma 2024-2030