Wanneer de inburgeringsplichtige de verplichtingen uit het PIP niet of onvoldoende nakomt, verzendt het college aan hem een voornemen tot het opleggen van een boete. Het betreft de volgende verplichtingen:
deelnemen aan de voortgangsgesprekken;
deelnemen aan activiteiten in het kader van de MAP en het PVT;
deelnemen aan het eindgesprek (MAP) en ondertekenen van de participatieverklaring (PVT).
Voor asielstatushouders gaat het daarnaast om de verplichting om deel te nemen aan de inburgeringslessen.
Het college stelt de inburgeringsplichtige in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het voornemen tot het opleggen van een boete. Het college volgt daarbij de procedure van artikel 5:50 Awb.
De boete wordt met toepassing van artikel 7.1, derde lid, Besluit inburgering 2021 steeds met 100 procent van het boetebedrag verhoogd tot een bedrag van ten hoogste € 800, als binnen een tijdvak van twaalf maanden voorafgaand aan de dag van constatering van het niet nakomen van de in het eerste lid bedoelde verplichtingen een eerdere overtreding, bestaande uit het niet nakomen van de in het eerste lid bedoelde verplichtingen is geconstateerd, en de boete wegens de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden.
Bij het opleggen van de boete wegens het niet nakomen van de in het eerste lid bedoelde verplichtingen, worden met toepassing van artikel 7.1, vierde lid, Besluit inburgering 2021 de volgende uitgangspunten in acht genomen:
indien er sprake is van opzet, wordt de bestuurlijke boete vastgesteld op 100 procent;
indien er sprake is van grove schuld, wordt de boete vastgesteld op 75 procent;
indien er geen sprake is van opzet of grove schuld wordt de bestuurlijke boete vastgesteld op 50 procent;
indien er sprake is van verminderde verwijtbaarheid wordt de bestuurlijke boete vastgesteld op 25 procent.
Artikel 12, zesde tot en met tiende lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13
Boete tijdens het inburgeringstraject
Onderdeel van Beleidsregels Wet inburgering gemeente Renkum