In de CROW-richtlijn is voor alle functies (wonen, werken, winkelen, onderwijs, etc.) de parkeerbehoefte bepaald. Deze is behalve van de functie ook afhankelijk van waar die is gelegen (centrum, schil, buitengebied). Eerder vormde de CROW-richtlijn al de basis voor de parkeernormen in Leidschendam-Voorburg en ook nu blijft dit het startpunt. De CROW-richtlijn beweegt mee op de landelijke tendens om vanuit duurzaamheids-overwegingen parkeernormen naar beneden bij te stellen. De meest recente richtlijn uit 2018, is lager dan waar de huidige parkeernormen op gebaseerd zijn. Die verlaging wordt meegenomen in deze parkeernormen. Voor bepaalde functies, zoals jongerenwoningen of tijdelijke huisvesting is daarnaast gebleken dat binnen de richtlijn geen passende categorie is. Hiervoor zal in deze parkeernormen een (onderbouwde) norm worden opgenomen.
2.1.1Plaats op de bandbreedte
De richtlijn van het CROW geeft voor de verschillende functies een bandbreedte aan, waarbij een minimum en maximum wordt aangegeven. Eerder werd in de parkeernormen voor de hele gemeente uitgegaan van het gemiddelde van de bandbreedte, omdat het autobezit in Leidschendam-Voorburg overeenkomt met het landelijke gemiddelde. Hierbij is de parkeernorm dus volgend aan het autobezit. In de Bouwsteen Mobiliteit en bereikbaarheid is die ambitie aangescherpt en wordt de mogelijkheid geboden op locaties waar alternatieve vervoersmogelijkheden uitdrukkelijk aanwezig zijn, een lagere parkeernorm toe te passen.
Er worden daarbij grote verschillen geconstateerd binnen de gemeente. In het centraal gelegen, verstedelijkte gebied zijn veel alternatieve vervoermogelijkheden aanwezig. Daarbij is de ruimte er schaars, waardoor ontwikkelingen door een hoge parkeereis soms lastig haalbaar zijn. Dit bemoeilijkt de woningbouwopgave, terwijl de verstedelijkingsopgave juist in die gebieden wenselijk is. Aanscherping van de parkeernorm naar de onderkant van de bandbreedte is daar dan ook noodzakelijk.
In de buitenwijken en het buitengebied is de ruimte minder schaars en zijn er minder alternatieven voor de auto aanwezig, waardoor het logisch is de parkeernorm daar niet aan te scherpen en het gemiddelde van de bandbreedte aan te blijven houden.
Er wordt dus differentiatie toegepast ten aanzien van de plaats op de bandbreedte;
Voor het centrumgebied hanteren we de onderkant van de bandbreedte;
Voor het schilgebied hanteren we de onderkant van de bandbreedte;
Voor het gebied ‘rest bebouwde’ kom hanteren we het gemiddelde van de bandbreedte;
Voor het buitengebied hanteren we het gemiddelde van de bandbreedte.
2.1.2Gebiedsindeling
In de CROW-richtlijn wordt de hoogte van de parkeernorm behalve door de functie ook ingegeven door de locatie van de ontwikkeling. Zo heeft een functie in stedelijk gebied een lagere parkeernorm dan eenzelfde functie in landelijk gebied. Dat komt doordat in het landelijke gebied de autoafhankelijkheid groter is en de alternatieve vervoermogelijkheden beperkter.
CROW gaat hierbij in haar richtlijn uit van de mate van stedelijkheid, ofwel de concentratie van menselijke activiteiten in een gebied. Deze is gebaseerd op de gemiddelde adressendichtheid in een omgeving. De gemeente Leidschendam-Voorburg kent een hoge adressendichtheid. Deze bedroeg in 2022 gemiddeld 2.949 adressen per km², waarmee de gemeente in de categorie ‘zeer sterk stedelijk’ valt. De kern Stompwijk heeft een sterk afwijkende stedelijkheid ten opzichte van Voorburg en Leidschendam. Daar ligt de dichtheid op 258 adressen per km², waarmee Stompwijk in de categorie ‘niet-stedelijk’ valt.
Daarnaast hanteert CROW een zogenaamde gebiedsindeling, waarbij gebieden worden aangeduid als centrum, schil centrum, rest bebouwde kom en buitengebied. Bij deze gebiedsindeling is rekening gehouden met het feit dat Leidschendam-Voorburg feitelijk uit meerdere kernen bestaat. Verder is de indeling in combinatie met de aangrenzende Haagse gebieden bekeken.
In de oude parkeernormen was het centrumgebied beperkt tot een deel van Oud-Voorburg en het stationsgebied. De schil besloeg alleen het deel van Voorburg direct eromheen en in Leidschendam het oude centrum en The Mall of the Netherlands. Vanwege de steeds verder oprukkende verstedelijking en goede openbaar vervoer mogelijkheden is het centrumgebied in Voorburg uitgebreid in noordwestelijke richting tot de gemeentegrens met Den Haag, vanwege de belangrijke functie van Intercitystation Laan van NOI. In noordoostelijke richting loopt het centrumgebied tot de centrale groene parkzone, die Voorburg doorsnijdt.
Het schilgebied in Voorburg wordt uitgebreid tot de as Randstadrail - Rodelaan – Prins Bernhardlaan – N14. Dit ligt binnen de invloedssfeer van de hoogwaardig openbaar vervoerhaltes Leidschendam-Voorburg en Voorburg ’t Loo en station Mariahoeve. Het schilgebied rond het Damcentrum wordt uitgebreid met ontwikkelgebieden Klein Plaspoelpolder en Overgoo, vanwege de toekomstige ontwikkelingen, die een duurzame gebiedsontwikkeling voorstaan waarbij gebruik van alternatieve vervoerwijzen (fiets, deelauto) wordt gestimuleerd. Het gebied rond The Mall of the Netherlands blijft ongewijzigd als onderdeel van de schil.
Het gebied ‘rest bebouwde kom’ wordt aan de noordoostzijde van de gemeente uitgebreid tot de gemeentegrens met Voorschoten, tussen het spoor en de Vliet. Dit heeft te maken met de woningbouwontwikkelingen in dit gebied (rond de Veursestraatweg en de Vliethaven). Hierdoor zal ook de grens van de bebouwde kom verschuiven. De kern van Stompwijk en Park Leeuwenburg in Voorburg blijven nagenoeg ongewijzigd behoren tot het ‘rest bebouwde kom’-gebied.
De overgebleven groene gebieden, zoals Vlietland, de groene strook ten noorden van het spoor en het buitengebied van Stompwijk blijven behoren tot het buitengebied.
Kaarten van de gebiedsindeling en de aangrenzende Haagse gebiedsindeling zijn te vinden in bijlage 1 en 2.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1
Basis parkeernorm
Onderdeel van Nota Parkeernormen Leidschendam-Voorburg 2023