Tenslotte zijn er mogelijkheden, waarbij het college vrijstelling kan verlenen of af kan wijken van de parkeereis. Daarbij gaat het allereerst om kleine ontwikkelingen met een zeer beperkte parkeerbehoefte. Verder kan onder voorwaarden door het college afgeweken worden van de eis om het parkeren binnen de begrenzing van het plan te realiseren.
5.2.1Vrijstelling voor beperkte ontwikkelingen
Bij beperkte ontwikkelingen, zoals een (niet-ingrijpende) functieverandering of een beperkte uitbreiding binnen een bestaande functie, kan door het college afgeweken worden van de autoparkeereis. Dit kan alleen bij ontwikkelingen met een parkeereis van maximaal 2 parkeerplaatsen, Bij woningsplitsingen geldt dit voor ontwikkelingen met een maximale parkeereis van 1.
5.2.2Nul-norm
Op specifieke ontwikkellocaties, die zich daar qua ligging (centraal gelegen met uitstekende openbaar vervoermogelijkheden) en beoogde doelgroep (bijv. studenten) voor lenen, wordt de mogelijkheid geboden woningen zonder parkeervoorziening te realiseren. Een voorwaarde voor mogelijke toepassing is in ieder geval dat de locatie zich op het moment van realisatie (ruim) binnen gereguleerd gebied bevindt en er geen ongereguleerde parkeermogelijkheden op loopafstand zijn (minimaal 400 meter). Een nul-norm zou dan toegepast kunnen worden onder de voorwaarde dat geen van de bewoners, en dat geldt ook voor toekomstige bewoners, aanspraak kan maken op een ontheffing of vergunning. Bewoners die ervoor kiezen daar te gaan wonen weten van tevoren dat er geen parkeervergunning of ontheffing voor hen beschikbaar is.
Deze afspraken worden door het college vastgelegd in het ontheffingenbeleid en de zogenaamde POET-lijst (Parkeren op eigen terrein). Deze oplossing betreft overigens altijd maatwerk en wordt in overleg met de initiatiefnemer nader uitgewerkt.
5.2.3Benutting parkeerruimte omgeving
Het uitgangspunt bij de invulling van de parkeereis is dat deze binnen de contouren van de ontwikkeling wordt gerealiseerd. Het komt echter voor dat een parkeereis niet binnen de plangrenzen kan worden opgelost.
Het is in die gevallen óók toegestaan om niet-openbare onbenutte parkeerruimte in de nabijheid van een ontwikkeling te betrekken, op een privéterrein of in een garage in de buurt van het plan. Hiervoor moet aangetoond worden dat dit een toekomstvaste oplossing is (minimaal voor 10 jaar) en binnen de maximale loopafstand valt.
Daarnaast is het in uitzonderlijke gevallen mogelijk voor de invulling van de parkeereis gebruik te maken van onbenutte, openbare parkeerruimte in de omgeving. Dit geldt echter niet voor het bewonersdeel van woonfuncties, omdat die extra druk geeft op het doorgaans meest drukke moment. Verder mag dit alleen als het aantoonbaar onmogelijk is het plan zo aan te passen, dat de parkeereis wél binnen de plangrens ingevuld zou kunnen worden, noch dat het mogelijk is hiervoor in de omgeving parkeerruimte te huren of kopen. Tenslotte is het alleen toegestaan beschikbare, openbare parkeerplaatsen in de omgeving te benutten, als daarmee de parkeerdruk in de omgeving niet boven de 85% komt. De bewijslast daarvan ligt bij de initiatiefnemer, die dit aantoont op basis van onderzoek op voorwaarden van de gemeente op kosten van de initiatiefnemer. Hierbij mag de openbare ruimte tot maximaal 150 meter buiten het plangebied worden benut.
Dit wijkt af van de maximale loopafstanden, om het gebruik van de openbare ruimte door nieuwe ontwikkelingen slechts beperkt te faciliteren. Dit betreft een aanscherping van het beleid ten opzichte van de Nota Parkernormen 2012, omdat het wél belangrijk is de bestaande parkeerruimte optimaal te benutten, maar het daarbij ongewenst om in gebieden waar de parkeerdruk al hoog is op de momenten met de hoogste parkeerdruk (avond en nacht), de parkeerdruk verder te verhogen. Daarom is gekozen hier een beperking op te leggen voor het bewonersdeel van de nieuwe ontwikkelingen en initiatieven.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Vrijstellings- of afwijkingsmogelijkheden
Onderdeel van Nota Parkeernormen Leidschendam-Voorburg 2023