Fraude is een verzamelnaam voor allerlei verwijtbaar, niet-toegestaan en/of niet gewenst gedrag. De commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) omschrijft het begrip fraude als volgt: “Opzettelijke handelingen door één of meerdere personen binnen de gemeente, waarbij gebruik wordt gemaakt van misleiding om een onrechtmatig of onwettig voordeel te behalen”. Bij fraude moet er dus sprake zijn van bevoordeling en opzettelijke strijdigheid met de wet- of regelgeving.
Naast fraude kennen we ook nog de begrippen onrechtmatigheid (niet voldoen aan wet- en regelgeving), misbruik- en oneigenlijk gebruik, criminaliteit en integriteit. Deze begrippen overlappen elkaar voor een deel. Fraude is bijvoorbeeld per definitie onrechtmatig, maar onrechtmatig handelen hoeft geen fraude te zijn. Fraude heeft betrekking op handelen door ambtenaren, collegeleden of raadsleden (intern). Misbruik en oneigenlijk gebruik heeft betrekking op handelen door derden, organisaties of inwoners (extern). In figuur 1 is het onderscheid van deze verschillende begrippen visueel weergegeven.
Figuur 1: Relatie fraude met andere vormen van niet-integer gedrag
Bron: Deloitte (2010). Gemeente Governance Fraude; Managen van frauderisico’s geeft voorsprong.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Definitie van fraude
Onderdeel van Beleidsnota Fraude, integriteit en misbruik & oneigenlijk gebruik