Er zijn drie factoren die een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van fraude:
Gelegenheid: de mogelijkheid die de organisatie openlaat om te frauderen. De frauderisico’s zijn in dat geval niet afgedekt met beheersingsmaatregelen. Gelegenheid bestaat altijd; waar gewerkt wordt, bestaat gelegenheid. In de praktijk richten fraudebeheersingsmaatregelen zich met name op de gelegenheid. Hier ligt de kern van het probleem, want gelegenheid op zich maakt nog niet de dief. Er moet ook sprake zijn van de andere twee factoren: motivatie en rationalisatie.
Motivatie: interne of externe druk die er toe leidt dat iemand fraudeert. Wanneer belangen met de normen in conflict staan, zoals geldgebrek, het behalen van doelen of concurrentie overwegingen, dan ontstaat er druk die tot fraude kan leiden. Het gaat hierbij niet alleen om geld. Ook prestige en de privésituatie veroorzaken druk. Er zijn factoren aan te wijzen die druk verhogend werken en daarmee een verhoogd frauderisico voor een organisatie veroorzaken.
Rationalisatie: dit heeft betrekking op het begrijpen van de normen en het willen nakomen van die normen. Het is nauw verbonden aan de mens dat hij/zij een rechtvaardiging zoekt waarom hij/zij met de bestaande druk gebruik maakt van de gelegenheid. Voor deze rechtvaardiging speelt bijvoorbeeld voorbeeldgedrag van goed, maar ook van fout gedrag een grote rol. Goed voorbeeldgedrag van de leiding en het bestuur is noodzakelijk, zodat intern geen voedingsbodem voor rationalisatie ontstaat. Ook de cultuur binnen de organisatie is doorslaggevend. Medewerkers spiegelen hun eigen gedrag aan het gedrag van hun collega’s.
Ontbreekt een van de drie factoren, dan is frauduleus handelen uitgesloten. Andersom is het niet zo dat wanneer alle drie de factoren aanwezig zijn, een individu dan altijd fraude pleegt. Je hebt zelf de keuze of je misbruik maakt van de situatie of niet. De drie factoren van frauderisico’s staan bekend als de fraudedriehoek van Donald Cressey. In figuur 2 is deze fraudedriehoek weergegeven.
Figuur 2: Fraudedriehoek van Donald Cressey
Bron: PwC (2022). De rol van de raad bij het voorkomen van fraude en corruptie.
In de fraudedriehoek van Donald Cressey staat nog een vierde factor weergegeven: bekwaamheid. Je moet namelijk wel de kwaliteiten hebben om fraude te kunnen plegen. Zo moet je het financiële systeem in de organisatie kunnen begrijpen om geld te kunnen verduisteren. De factor bekwaamheid wordt meestal onder gelegenheid geschaard en niet apart genoemd. Als de bekwaamheid ontbreekt, dan heb je namelijk ook niet de gelegenheid om fraude te plegen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2
Factoren van frauderisico’s
Onderdeel van Beleidsnota Fraude, integriteit en misbruik & oneigenlijk gebruik