1. Het college beoordeelt de aanvraag op basis van de voorwaarden uit deze subsidieregeling en de door het rijk beschikbaar gestelde financiële middelen (het subsidieplafond).

2. De aanvragen die voldoen aan de criteria als bedoeld in artikel 4 en waarvoor verder ook geen grond tot weigering is als bedoeld in artikel 6 worden, indien het subsidieplafond wordt overschreden, inhoudelijk beoordeeld en indien nodig tegen elkaar afgewogen op basis van geschiktheid, aan de hand van het bijgevoegde beoordelingskader (bijlage 1).