- - De LTB 2012: wat is dat?
Deze matrix kent kolommen voor alle hoofdgebruiksfuncties, die het Bouwbesluit kent en voor enkele sub-gebruiksfuncties, die bijzondere aandacht verdienen of zouden kunnen verdienen, zoals kinderdagverblijven. Elke afdeling in het Bouwbesluit heeft in de matrix een rij. Voor zover van toepassing vermeldt elke cel een score voor het landelijk vastgestelde toetsniveau: een 1, 2, 3 of 4. Deze niveaus worden in deze toelichting stuk voor stuk gedefinieerd en nader toegelicht.
- - Aanleidingen om deze matrix op te stellen
De Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit 2012 is als opvolger van de CKB 1 )-matrix in de eerste plaats opgesteld, omdat per 1 april 2012 het Bouwbesluit 2012 van kracht is met op onderdelen een andere indeling dan het Bouwbesluit 2003 kende. Ook de input vanuit de gebruikers van het in 2010 gestopte Toetsprotocol CKB online en de opvolger daarvan BRIStoets plus voortschrijdend inzicht bij de Vereniging BWT Nederland en bij BRIS (als eigenaar van BRIStoets) zijn aanleiding om de matrix uit 2002, die in 2006 licht is aangepast, eens goed tegen het licht te houden. Daartoe is door de VBWTN opdracht gegeven aan BRIS, die hierbij Nieman Raadgevend Ingenieurs heeft ingeschakeld.
- - Waartoe dient de matrix?
- - Weliswaar in minder dwingende mate dan voorheen in de CKBmethodiek, is de matrix nog steeds een sturingsinstrument in BRIStoets, de applicatie die begin 2011 werd gelanceerd en waarmee bouwplannen kunnen worden getoetst aan het Bouwbesluit of beter gezegd: waarin de bevindingen die de toetser verkrijgt conform het aangegeven toetsniveau kunnen worden vastgelegd.
- - De kwaliteitscriteria voor de uitvoering van Wabo vergen dat 1 CKB = Collectieve Kwaliteitsnormering Bouwvergunningen, de inhoudelijke onderlegger van het Toetsprotocol CKB Online, begin 2011 opgevolgd door BRIStoets.uitvoeringsorganen werken met een toetsprotocol en een toezichtprotocol. Essentieel element in zulke protocollen is dat weloverwogen en herleidbaar wordt aangegeven welk aspect welke aandacht verdient. De matrix is daarbij onmisbaar, bij voorkeur gebaseerd op een risicoanalyse. De landelijke matrix kan daarvoor worden gebruikt. Hogere scores kleuren dan groen en lagere rood. (zie bijlage)
- - De matrix wordt ook opgenomen in de BN 50192 BN 5019 = BeoordelingsNorm 5019, voorheen BRL = BeoordelingsRichtLijn.voor het gecertificeerd toetsen van bouwplannen en geeft daarin het landelijke minimum niveau aan. Als een gecertificeerde toetser toetst in opdracht van een bevoegd gezag kan dit opdracht verlenen conform de eigen matrix, de landelijke matrix of het voor gecertificeerde toetsers gebruikelijke hogere niveau. Als de opdracht wordt uitgevoerd voor een aanvrager van een omgevingsvergunning wordt niet lager getoetst dan op niveau 3.
- - Toetsniveaus en vakkennis
Het op verantwoorde wijze toetsen van een bouwplan is een vak, dat specifieke kennis en ervaring vergt. Een ervaren en goed opgeleide toetser kan bij veel toetsaspecten op een lager toetsniveau conclusies trekken over het wel of niet voldoen aan het Bouwbesluit dan iemand die het vak nog moet leren. De scores in de matrix zijn afgestemd op een toetser die voldoende is opgeleid, maar geen specialist is en niet kan bogen op jarenlange ervaring. Zowel toetsende en vergunningverlenende overheidsorganen als gecertificeerde bureaus dienen in hun eigen beleids- of managementinformatie aan te geven in hoeverre ervaren toetsers en specialisten kunnen afwijken van de matrix. Naast de feitelijke toetsing spelen daarbij ook een rol de communicatie met de aanvrager of opdrachtgever en de 'bewijslast' in het geval het bouwplan niet in overeenstemming is met het Bouwbesluit. Om deze reden zal bijvoorbeeld voor gelijkwaardige oplossingen (artikel 1.3) altijd - dus zowel privaat als publiek, ervaren of onervaren, specialistisch of generiek - moeten worden getoetst op het hoogste niveau: 4.
Het feitelijke toetsproces voltrekt zich stapsgewijs. Zoals blijkt uit de hierna volgende definities, begint elke toets met niveau 1 om vast te stellen of alle voor de inhoudelijke beoordeling noodzakelijke gegevens ook daadwerkelijk zijn ingediend en zo nodig aanvullende gegevens op te vragen. Dit is meer dan een administratieve handeling. Toetsen op niveau 1 vergt een algemene beoordeling van het betreffende plan en een globale inschatting van de risico's van het bouwwerk als zodanig en in relatie tot de directe omgeving. De Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) geeft een limitatieve opsomming van alle relevante indieningsbescheiden, maar van de toetser mag worden verwacht dat deze hier niet formalistisch maar professioneel mee omgaat. Met andere woorden: de focus moet liggen op de gegevens die nodig zijn om het bouwplan adequaat te kunnen beoordelen. De matrix is naast de professionaliteit van de toetser en diens risico-inschatting mede richtinggevend om het begrip 'adequaat' invulling te geven.
Als de matrix aangeeft dat met toetsen op niveau 1 kan worden volstaan, qaat de ervaren toetser aan de zijde van het bevoeqd qezaq alleen verder als de stukken en / of de risicoanalyse daartoe aanleidinq qeven. Met andere woorden: als het vermoeden bestaat dat de informatie onjuist is en dat alleen door diepgaander te toetsen kan worden vastgesteld. Ervaren en onervaren toetsers zullen bij aspecten waarvoor de matrix hogere niveaus dan 1 aangeeft allen ook de toets op niveau 2 uitvoeren en al naar gelang de matrix en het interne beleid dit van hen vragen, ook op niveau 3 of 4. Ook daarbij geldt steeds de onderstreepte frase hierboven. In geval van weigering vergt de inhoudelijke onderbouwing daarvan uiteraard ook een grondige toetsing.
- - De definities van toetsniveaus
Niveau 0 Niveau 0 is het niet beoordelen of aan een voorschrift wordt voldaan
Het niet beoordelen komt in de landelijke toetsmatrix niet voor. Zie ook de toelichting op niveau 1. Niveau 0 is vanwege het bevoegd gezag alleen van toepassing binnen het kader van experimenten, zoals in Almere zijn toegestaan onder de Crisis- en herstelwet. Of op aanvragen waarvoor een gecertificeerde toetsing op basis van BN 5019 heeft plaatsgevonden en de rapportage daarvan is aangeleverd bij de aanvraag. Dit geldt alleen voor aanvragen waarbij alle scopes onder de vigeur van de BN 5019 zijn getoetst.
Niveau 1 Uitgangspuntentoets (Bevatten de stukken voldoende informatie over de uitgangspunten?) Gecontroleerd wordt of de globale uitgangspunten op de stukken, die zijn aangeleverd om het desbetreffende aspect te kunnen toetsen, in voldoende mate en in samenhang zijn weergeven.
Niveau 1 geeft in beginsel minimale invulling aan de taak van de toetsende instantie3 Niveau 1 kwam ook in de vroegere CKB-matrix veelvuldig voor. Die is tot stand gekomen met steun van het rijk en met uitdrukkelijke instemming van de VROM-inspectie. Voorts is van belang een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (LJN:BP2082, nr. 201005387/1/H1) d.d. 26 januari 2011, waarin deze concludeert dat een vergunning niet kan worden verleend, indien van een bepaald aspect (in dat geval de constructie) gegevens ontbreken. Deze uitspraak van de Afdeling impliceert dat toetsen op niveau 1 eveneens mogelijk is.). Niveau 1 kan worden toegepast op voorschriften waarvan de kans dat niet wordt voldaan zeer gering is en de gevolgen indien niet wordt voldaan eveneens zeer gering zijn, met andere woorden: als het risico ( = kans x effect!) gering wordt geacht. In Bouwbesluit 2012 is het aantal voorschriften met 30% terug gebracht en de resterende voorschriften zijn derhalve in principe dermate relevant, dat het toekennen van niveau 1 in de matrix alleen nog uitzonderingen betreft. Indien relevante gegevens niet aanwezig zijn en het bevoegd gezag niet om aanvulling heeft gevraagd, dan kan de vergunning hier niet meer op worden aangehouden/geweigerd.
Feitelijk is niveau 1 niet meer dan het beoordelen of alle stukken beschikbaar zijn die conform de Mor nodig zijn om de aanvraag (voor een bouwactiviteit) inhoudelijk te kunnen behandelen, voorheen aangeduid als de ontvankelijkheidstoets conform het Biab. De technische mogelijkheid in de eigen matrix onderdelen op niveau 0 (nul) toe te kennen is alleen bedoeld voor bouwplannen die weliswaar privaat gecertificeerd zijn getoetst, maar volledigheidshalve wel administratief worden ingevoerd. Als een bevoegd gezag niveau 0 ook zou toepassen voor de eigen toetsing geeft het daarmee feitelijk aan ook de ontvankelijkheid van de aanvraag niet meer te beoordelen. Dat is weliswaar heel transparant, maar in strijd met de wet.
Niveau 2 Visueel toetsen (Kloppen de uitgangspunten en lijken de uitkomsten aannemelijk) Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn, waarbij van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk zijn.
Niveau 2 is inhoudelijk het basisniveau binnen de matrix. Het is mogelijk om op basis van een aannemelijke uitkomst een vergunning te verlenen, nadere gegevens te vragen of een aanvullende buitencontrole voor te schrijven. Een vergunning weigeren op basis van een niet aannemelijke uitkomst zal vrijwel altijd in strijd zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel. Indien een uitkomst niet aannemelijk is, zal de berekening altijd gecontroleerd/nagerekend moeten worden of kan middels een verzoek om aanvullingen meer duidelijkheid verschaft worden.
Niveau 3 Representatief toetsen (Controle van de maatgevende onderdelen) Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de aangeleverde stukken om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk zijn. De maatgevende berekeningen worden gecontroleerd dan wel nagerekend.
Niveau 3 is het niveau van toetsen voor voorschriften met betrekking tot veiligheid en gezondheid, met name van kwetsbare groepen. Niveau 3 is eveneens geadviseerd voor voorschriften die gesteld zijn in het algemeen belang. Het bepalen van wat de belangrijkste berekeningen zijn blijft een taak van de toetser. Hiervoor is geen eenduidige instructie te geven. Welke aspecten moeten worden nagerekend wordt bepaald op basis van de resultaten van de visuele toets.
Niveau 4 Volledig toetsen (Alles in samenhang controleren) Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken, aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen, in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en worden de uitkomsten gecontroleerd/nagerekend.
Niveau 4 komt in de matrix alleen voor met betrekking tot toepassing van gelijkwaardige oplossingen (art. 1.3 van Bouwbesluit 2012). In de praktijk zal toetsen op niveau 4 voorkomen wanneer de kwaliteit van de aanvraag dan wel de veronderstelde weigeringsgrond aanleiding geeft tot het zwaarder toetsen dan volgt uit de matrix. Niveau 4 is uiteraard zeer geschikt om bepaalde al dan niet tijdelijke of gebiedsgewijze speerpunten binnen het gemeentelijk beleid extra invulling te geven.
De verschillende toetsniveaus zijn vooral gedefinieerd met betrekking tot voorschriften waaraan een berekening aan ten grondslag ligt. In het geval van eenvoudige voorschriften zoals de aanwezigheid van een buitenruimte is een onderscheid tussen niveau 2, 3 en 4 nauwelijks te maken.
In de toetsniveaus wordt aangegeven dat vanaf niveau 2 wordt beoordeeld of een uitkomst aannemelijk is. De waarde van de inschatting of iets aannemelijk is, is sterk afhankelijk van de kennis en ervaring van de toetser. Het is aan het bevoegd gezag of de certificaathouder om vast te stellen of een toetser voldoende kennis en ervaring heeft om op niveau 2 te toetsen (zie paragraaf 4 van deze toelichting). Bij toetsing onder certificaat dient de toetsrapportage altijd aan te geven wat het daadwerkelijk toegepaste niveau van toetsing per aspect per (hoofd)gebruiksfunctie is.
- - De relatie tussen LTB en private toetsing
Als een gemeente opdracht geeft aan een privaat bureau om ingekomen bouwplannen te toetsen ten behoeve van de vergunningverlening gebeurt dat in het algemeen vanwege het geheel of gedeeltelijk ontbreken van eigen inhoudelijke capaciteit voor deze taak. In de opdracht hoort de gemeente aan te geven wat het vereiste minimale toetsniveau is.
De LTB neemt in de BN 5019 de plaats in van de vroegere CKB-matrix. De meerwaarde van het toetsen onder certificaat zit voor een belangrijk deel in de 'garantie' dat toetsing aan het Bouwbesluit op een verantwoord niveau plaatsvindt. Zowel de opdrachtgever voor de gecertificeerde toets als het bevoegd gezag, dat de vergunning verleent, moet daarvan op aankunnen. In de te overleggen toetsrapportage moet de daadwerkelijk gehanteerde matrix worden opgenomen. De op de website van de Vereniging BWT Nederland beschikbaar te stellen interactieve matrix kan daarvoor worden gebruikt door deze aan te passen aan de hand van de instructie in de bijlage van deze toelichting en de kolommen A, B, C, D plus die van de op het bouwwerk van toepassing zijnde hoofd- en sub-gebruiksfuncties naar de toetsrapportage te kopieëren.
- - De totstandkoming van de LTB 2012
Deze nieuwe Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit 2012 (LTB 2012) is tot stand gekomen via een opdracht van de eigenaar - de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland aan BRIS, die bij de uitvoering hiervan Nieman Raadgevend Ingenieurs heeft ingeschakeld. Het tussenresultaat hiervan is voorgelegd aan een gebruikersgroep tijdens een bijeenkomst op 30 november 2011. Deelnemers waren ervaren plantoetsers uit diverse gemeenten uit alle delen van het land en betrokkenen bij de BN5019. Deels zijn zij hiertoe gericht uitgenodigd door de VBWTN, deels hebben zij gereageerd op een oproep daartoe op de website www.bwtinfo.nl. In deze bijeenkomst zijn zowel de toetsdefinities (zie paragraaf 5) als de matrix zelf uitvoerig besproken en op onderdelen aangepast.
Het ministerie van BZK en de (voormalige) VROM-Inspectie zijn niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de matrix. Wel is overleg gevoerd inzake de toepassing van het toetsniveau 'nul', wat niet past binnen de wettelijke taak van het bevoegd gezag. Bij afdelingen die betrekking op de brandveiligheid is het aan de NVBR4 Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijdinggevraagde advies verwerkt. Anders dan bij de start van het CKB-project in 2001/2002 zien de VBWTN zelf en de verschillende gebruikerscategorieën het als een eigen verantwoordelijkheid van publieke en private toetsers om op basis van hun eigen professionaliteit tot afspraken te komen. De LTB 2012 en deze toelichting zijn daarvan het resultaat.
De input voor het aan de bijeenkomst d.d. 30-11-2011 voorgelegde voorstel voor de matrix kan als volgt worden omschreven:
Algemeen
Daar waar mogelijk is het niveau uit de vroegere CKB-matrix overgenomen
Gelijkwaardigheid heeft nu een plaats gekregen in de matrix, uiteraard op niveau 4. In de BN 5019 geldt dit voor alle technisch-inhoudelijke scopes: A, B, C, D, E en 15 A=Algemeen bouwkundig, B=Constructief, C=Brandveiligheid, D=Bouwfysica, E=lnstallaties, (G=Coôrdinator) en 1=Kleine veel voorkomende bouwwerken.Centraal Overleg Bouwconstructies, onderdeel van de VBWTN.
Afdelinq 3.8:
Vanwege de toename van verwarming door 'biomassa' is voor de beoordeling van het voldoen aan de voorschriften voor rookgasafvoer het niveau in de matrix over de gehele linie verhoogd van 2 naar 3.
Afdelinq 3.9:
Voor nieuwbouw is vanwege de minimale verkrijgbaarheid van asbest- of formaldehydehoudende materialen het niveau in de matrix verlaagd naar 1.
Afdelinq 3.11: Vanwege de nieuwe bepalingsmethode voor daglichttoetreding is het niveau bij enkele relevante (hoofd-)gebruiksfunctie tijdelijk één stap verhoogd naar 2 of 3; na een gewenningsperiode kan dit niveau wellicht na twee jaar weer worden verlaagd;
Hoofdstuk 5:Aan energiezuinigheid en milieu is over de volle breedte (voor zover van toepassing) een hoger niveau, te weten 3, toegekend omdat dit in overeenstemming is met de beleidsmatige prioriteit die zowel de rijksoverheid als tal van gemeenten en provincies hieraan toekennen
Afdelinqen 6.1, 6.3, 6.5, 6.6, 6.7 en 6.8:
Vanwege de risico's voor veiligheid en gezondheid is voor enkele basale installaties (verlichting, waterleiding, brand-/rookdetectie, ontruiming, blusmiddelen, bereikbaarheid hulp) het niveau verhoogd naar 2 en soms naar 3, ook al is bekend dat dit niet in overeenstemming is met de praktijk bij veel gemeenten als gevolg van onder meer gebrek aan deskundige capaciteit.
In de bijeenkomst d.d. 30-11-2011 zelf zijn de wijzigingsvoorstellen uitvoerig besproken en akkoord bevonden. De aanwezigen hebben ter vergadering of naderhand nog enkele 5 wijzigingen toegevoegd:
Afdelinq 2.1 en 2.2:
Hiervoor raden wij nadrukkelijk aan deze niveaus door het bevoegd gezag te laten vaststellen, echter in samenhang met het door de gemeente Utrecht en het COBc6 ontwikkelde constructieprotocol. Dit vanwege het weinige houvast dat het Bouwbesluit inhoudelijk biedt op dit aspect en vanwege de veelheid aan constructieve mogelijkheden en omstandigheden, die om meer maatwerk vragen dan deze matrix kan bieden.
Afdelingen 2.8 t/m 2.16 en 7.1 t/m 7.3:
De niveaus zijn overgenomen uit de CKB-matrix. Deze worden ook door de NVBR gesteund. Afdelingen 2.16 - vanwege de relevante risico's bij resp. het plasbrandaandachtsgebied - en 7.2 - althans bij logies, cel, gezondheidszorg en kinderopvang - hebben een hoger niveau gekregen: 3.
Afdeling 3.7 (woongebouwen):
Omdat de spuivoorziening bij woongebouwen in het algemeen visueel is te toetsen is het niveau verlaagd van 3 naar 2. Afdeling 6.12 (veilig onderhoud):
Voor deze afdeling is een laag niveau voorzien, maar omdat dit een nieuw toetsaspect is per 1 juli 2012 wordt het niveau met het oog op de gewenning tijdelijk op 2 gesteld.
Afdeling 9.2:
Daar waar dit van toepassing is zijn vanwege het overgangsrecht voor stallingsruimten voor fietsen de scores uit de CKB-matrix overgenomen. Dit overgangsrecht loopt nog tot 1-4-2017.
Op 17 december 2011 zijn de niveaudefinities en de Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit
2012 vastgesteld door het bestuur van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht
Nederland conform het advies van de deelnemers aan de bijeenkomst op 30 november 2011. Het bestuur heeft opdracht gegeven tot publicatie van beide ingebed in een toelichting van de VBWTN zelf. Daartoe dient dit document. Publicatie vindt plaats via de website van de vereniging.
- - Beschikbaarheid en rechten
LTB 2012 en toelichting worden per 1 januari 2012 aangeboden aan BRIS ter opname in het digitale toetsprotocol BRIStoets en aan het Gezamenlijk College van Deskundigen (GCvD) van de BN5019 ter vervanging van de CKB-matrix. De matrix kan door iedereen vrij worden gebruikt echter steeds onder verwijzing naar deze toelichting met niveaudefinities en bronvermelding van de eigenaar: de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland (VBWTN) en verificatie van de actuele versie. Het is zonder uitdrukkelijke toestemming van het bestuur van de VBWTN NIET TOEGESTAAN daarbij het logo van de VBWTN te plaatsen of anderszins de indruk te wekken, dat het betreffende product of applicatie op enigerlei wijze door de VBWTN is 'goedgekeurd' of wordt gesteund. De matrix is met inbegrip van de toelichting een hulpmiddel voor toepassing door de toetsers van bouwplannen, echter geheel onder hun eigen verantwoordelijkheid.
Als gebruikers zien wij in de eerste plaats:
- - gemeenten, provincies, regionale uitvoeringsdiensten etc. die in het kader van hun bouwbeleidsplan en/of met het oog op de kwaliteitscriteria voor de uitvoering van de Wabo een toetsprotocol en derhalve een matrix nodig hebben;
- - andere leveranciers van digitale toetsprotocollen voor commercieel gebruik, die de matrix in hun product willen opnemen;
- - private, al dan niet gecertificeerde toetsers die de matrix voor eigen gebruik willen toepassen en eventueel aanpassen.
- - Beheer en doorontwikkeling
BRIS als leverancier van BRIStoets (met bijbehorend gebruikersoverleg) en het GCvD van de BN5019 zijn naast de eigen communicatiemiddelen van de VBWTN zoals de websites, het maandblad Bouwregels in de Praktijk (uitg. Sdu), e-mailverkeer en bijeenkomsten, de belangrijkste informatiebronnen over de behoefte aan aanpassingen en de respons daarop. Daarnaast kunnen natuurlijk komende wijzigingen van het Bouwbesluit aanleiding vormen tot aanpassingen van de matrix en de toelichting.
Versiebeheer: op de websites van de VBWTN en van BRIS zal steeds vanaf de daarvoor geldende invoeringsdatum de meest actuele versie beschikbaar zijn, herkenbaar aan de aanduiding LTB2012 gevolgd door de datum van invoering. De eerste versie draagt derhalve de aanduiding:
LTB2012 | 01-01-2012
Deze datum is drie maanden voor de invoering van het Bouwbesluit 2012. Voor publiekrechtelijk gebruik zal de versie die op 1 april 2012 actueel is worden ingebouwd in de daarvoor bedoelde versie van BRIStoets (en eventuele andere protocollen). Dat zal waarschijnlijk bovengenoemde versie zijn, tenzij deze tussen de steldatum 18 januari 2012 en de invoeringsdatum van Bb 2012 nog wordt gewijzigd.
De huidige matrix ziet voornamelijk op nieuwbouw, tenzij de betreffende afdeling ook van toepassing is op bestaande bouw zoals per afdeling wordt vermeld (zie bijvoorbeeld het verschil tussen 2.14 en 6.1). De VBWTN en BRIS overwegen afzonderlijke matrices te ontwikkelen voor Verbouw en voor Tijdelijke bouw. Via de genoemde communicatiemiddelen zullen de potentiële gebruikers van deze protocollen worden geïnformeerd.
VBWTN/gjvl/16032012
