De notaris wijst voorafgaand aan de bijeenkomst aan de inschrijvers (of een deel ervan*) door middel van loting een lotnummer toe. Deze lotnummers bepalen de volgorde waarin de inschrijvers een keuze mogen maken uit de beschikbare kavels.
Bijvoorbeeld:
Lotnummer 1: De heer De Wit
Lotnummer 2: Mevrouw De Jong
Lotnummer 3: Mevrouw Jansen
Lotnummer 4: De heer Pietersen
Lotnummer 5: Mevrouw De Groot
Lotnummer 6: De heer Klein
De heer De Wit mag dus als eerste een keuze maken uit alle beschikbare kavels, de heer De Klein als laatste.
Zij maken de volgende keuze:
Kavel 1 De heer Pietersen Mevrouw De Groot (eerste reserve) De heer Klein (tweede reserve)
Kavel 2 De heer De Wit Mevrouw De Jong (eerste reserve)
Kavel 3 Mevrouw Jansen
Per kavel ontstaat er een reservelijst. Deze lijst wordt bij de toewijzing van de kavel als eerste doorlopen. Daarna wordt de algemene reservelijst doorlopen. Deze ziet er als volgt uit:
Algemene reservelijst
- - Mevrouw De Jong
- - Mevrouw De Groot
- - De heer Klein
Degenen die op positie 1 staan voor een kavel worden niet meer op de algemene reservelijst geplaatst. Degenen die een kavel afwijzen komen niet meer in aanmerking voor een ander kavel.
*Indien het aantal gegadigden veel groter is dan het aantal beschikbare kavels wordt in overleg met de notaris bepaald hoeveel lotnummers uitgegeven worden. Niet alle gegadigden krijgen in dat geval een lotnummer.