1. De eenmalige energietoeslag 2023 van € 1300 is bedoeld voor een huishouden met een laag inkomen en wordt ambtshalve of op aanvraag als bijzondere bijstand verleend. Wanneer in de woning waar het huishouden woonachtig is sprake is van een eveneens daar woonachtige kostendeler als bedoeld in artikel 19a van de Participatiewet dan bedraagt de eenmalige energietoeslag € 650.

2. Voor de toepassing van deze regeling wordt het vermogen niet in aanmerking genomen.

3. Een huishouden (alleenstaande of gezin) heeft een laag inkomen als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Bij wisselende inkomsten wordt voor de bepaling van het inkomen uitgegaan van het gemiddelde inkomen over de referteperiode en de 6 daaraan voorafgaande kalendermaanden.

4. Tot een huishouden wordt niet gerekend de persoon die op de peildatum:

In een inrichting verblijft als bedoeld in artikel 1 aanhef en onderdeel f van de wet, mits de inrichting voorziet in de energiekosten en deze energiekosten niet in rekening brengt bij de bewoners;

5. Niet tot de doelgroep behoort de inwoner die:

a. 18, 19 of 20 jaar is;

b. in aanmerking komt voor studiefinanciering als bedoeld in artikel 3.1, eerste of tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000; of

c. is ingeschreven als ingezetene met enkel een briefadres in de basisregistratie personen.