De Erfgoedwet heeft de Monumentenwet 1988 vervangen als het gaat om gebouwde monumenten en archeologie. De Erfgoedwet bundelt wetten op het gebied van museale objecten, musea, monumenten, archeologie en archieven. In de wet is vastgelegd hoe er met het cultureel erfgoed wordt omgegaan, wie daarbij welke verantwoordelijkheid heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgevoerd. Daarnaast gaat de Erfgoedwet ook over roerend erfgoed. Onderdelen van de Erfgoedwet die de fysieke leefomgeving betreffen, zoals vergunningen, gaan naar de Omgevingswet die in 2024 van kracht wordt. De Erfgoedwet blijft bestaan naast de Omgevingswet.
De Erfgoedwet verandert een aantal zaken voor het erfgoedveld. De belangrijkste veranderingen zijn:
In de Erfgoedwet is een instandhoudingsplicht voor rijksmonumenten opgenomen. Een eigenaar moet zorgen dat zijn of haar rijksmonument zodanig onderhouden wordt dat behoud gewaarborgd is.
Eenvoudigere procedure aanwijzing rijksmonumenten: De procedure tot aanwijzing van rijksmonumenten is vervangen door de eenvoudigere Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure zoals geregeld in de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor is de procedure verkort van 10 naar 6 maanden, terwijl inspraak mogelijk blijft.
De Erfgoedwet regelt ook dat een rijksmonument samen met interieuronderdelen kan worden aangewezen als ensemble, wanneer het geheel van rijksmonument en de cultuurgoederen in onderlinge samenhang van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis is.
Zorgvuldige afstoting van cultuurgoederen4Onder cultuurgoederen wordt in de Erfgoedwet verstaan: roerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed.: Het Rijk, de provincies, gemeenten, waterschappen, universiteiten en andere publiekrechtelijke rechtspersonen zijn verplicht een advies van een commissie van deskundigen in te winnen als zij cultuurgoederen willen afstoten waarvan zij eigenaar zijn. Het moet dan gaan om cultuurgoederen die mogelijk van bijzondere cultuurhistorische, wetenschappelijke of uitzonderlijke schoonheid zijn, en onvervangbaar en onmisbaar voor het Nederlands cultuurbezit.
Meer particulier initiatief bij behoud cultuurgoederen voor Nederland: Ook andere partijen dan de Staat, zoals musea, kunnen beschermde cultuurgoederen kopen die naar het buitenland dreigen te verdwijnen.
Aanvaardingsplicht voor cultuurgoederen van hoge kwaliteit: Wanneer een eigenaar niet langer in staat is om te zorgen voor cultuurgoederen of verzamelingen van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die onvervangbaar en onmisbaar zijn voor het Nederlandse cultuurbezit en deze onbezwaard en zonder voorwaarden overdraagt, heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de plicht deze voor de rijkscollectie te aanvaarden.
Certificeringsstelsel in de archeologie: Het vergunningstelsel voor het doen van archeologische opgravingen is vervangen door een certificeringsstelsel.
Betere bescherming maritiem erfgoed: In de Erfgoedwet is aangegeven dat het verwijderen van cultureel erfgoed onder water een opgraving is. Dit verbetert de mogelijkheden om tegen diefstal van maritiem erfgoed op te treden.
Harmonisering handhaving en toezicht: De handhaving en het toezicht op musea en cultuurgoederen is geharmoniseerd. Onder de Erfgoedwet is rechtstreeks toezicht mogelijk bij alle partijen (overheid en musea) die de rijkscollectie beheren.
De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 over beschermde (archeologische) rijksmonumenten en stads- en dorpsgezichten zijn met ingang van 1 juli 2016 van toepassing op grond van het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet gaan deze bepalingen over naar die wet. Inhoudelijk verandert er tot dat moment niets.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.1
Erfgoedwet en Omgevingswet
Onderdeel van Beleidsnota Erfgoed: archeologie, gebouwd erfgoed en historisch landschap Gemeente Nuenen 2023-2029