Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.1

Artikel 6.1.2

Projectkosten archeologie

Onderdeel van Beleidsnota Erfgoed: archeologie, gebouwd erfgoed en historisch landschap Gemeente Nuenen 2023-2029

De Wet op de Archeologische Monumentenzorg legt de financiële last van archeologisch onderzoek en behoud primair bij de veroorzaker van de bodemverstoring (verstoorder-betaalt-principe). Hieronder vallen kosten van: inventariserend onderzoek, archeologisch vervolgonderzoek (opgraven), archeologische begeleiding, het opstellen van de daarbij vereiste Programma’s van Eisen, de conservering van vondsten, het opstellen van de onderzoeksrapporten en het nemen van maatregelen ter bescherming en inpassing van archeologische waarden ten laste van de initiatiefnemer, ook als de gemeente de initiatiefnemer is. In de grondexploitatiewet is archeologie op de lijst van verhaalbare kosten opgenomen, zodat deze projectkosten eventueel naar exploitanten kunnen worden doorbelast. De gemeente sluit in het kader van de gebiedsontwikkeling regelmatig exploitatieovereenkomsten af met particuliere projectontwikkelaars en grondexploitanten. Het is belangrijk dat de overeenkomst helder aangeeft wie de kosten voor het archeologisch onderzoek draagt en de eventuele bijkomende risico’s voor zijn rekening neemt. Het komt in de praktijk nogal eens voor dat de overeenkomst wel afspraken over het archeologische vooronderzoek bevat, maar dat afspraken over hoe om te gaan met de uitkomst van dat onderzoek ontbreken. Als uit het vooronderzoek blijkt dat er sprake is van behoudenswaardige archeologische resten, dan kunnen de kosten van inpassing en/of opgraving wel eens veel hoger uitvallen dan die van het vooronderzoek. Uitgangspunt van het gemeentelijk archeologiebeleid is dat de kosten van alle archeologische werkzaamheden gedekt zijn, waarbij gestreefd wordt naar maximaal behoud van archeologische waarde in combinatie met zo min mogelijk kosten. Vooralsnog wordt afgezien van een gemeentelijke regeling voor compensatie van (excessieve) kosten vanwege archeologie. Excessieve kosten zijn kosten die in een uitzonderlijk geval zo hoog zijn dat deze redelijkerwijs niet geheel voor rekening van een initiatiefnemer zouden moeten blijven. Tot op heden is in Nuenen nog geen sprake geweest van excessieve kosten bij archeologisch onderzoek. Daarom wordt uitgegaan van een ad-hoc beoordeling van eventuele verzoeken om vergoeding van excessieve kosten. Mocht in de toekomst blijken dat er toch behoefte is aan zo’n regeling, dan kan dit altijd nog worden aangepast. Bij de ad-hoc beoordeling zal de gemeente onder meer het financiële belang en de draagkracht van de verstoorder, de moeite die de verstoorder heeft genomen om kosten te voorkomen en de maatschappelijke belangen afwegen. Indien, in uitzonderlijke gevallen, een kostenvergoeding op zijn plaats is, kan deze worden betaald ten laste van de begrotingspost onvoorzien via raadsbesluit.

Rechtspraak bij dit artikel