De subsidie is bestemd voor peuteropvang locaties waarbij het gaat om
een laagdrempelige voorziening voor alle peuters van 2,5 - 4 jaar en voor peuters met een vve-indicatie* van 2 - 4 jaar;
een voorziening waar wordt gewerkt met een door het NJI erkend vve-programma;
een voorziening waar peuters van dezelfde leeftijd geplaatst worden in horizontale groepen. Wanneer dit niet haalbaar is kan daarvan worden afgeweken op voorwaarde dat dit onderbouwd opgenomen is in het pedagogisch beleidsplan;
een voorziening waarbij zoveel mogelijk sprake is van gemengde groepen: kinderen met en zonder vve-indicatie en wel of niet vallend onder de kinderopvangtoeslag spelen en ontwikkelen zich gezamenlijk in een groep. Wanneer dit niet haalbaar is kan daarvan worden afgeweken op voorwaarde dat dit onderbouwd opgenomen is in het pedagogisch beleidsplan.
Aanbodverplichting
Peuteropvang locaties die subsidie ontvangen hebben ten aanzien van peuters met een vve-indicatie een aanbodverplichting. Peuters van 2-4 jaar met een vve-indicatie moeten de mogelijkheid hebben om 16 uur per week gebruik te maken van het vve-aanbod (Voor peuters van 2,5-4 jaar met een vve-indicatie is dit zelfs een wettelijke verplichting).
Om het afnemen van de volledige 16 uur per week te stimuleren is de tweede 8 uur per week voor ouders gratis. Peuteropvang locaties laten dit weten aan de ouder(s)/ wettelijk vertegenwoordiger(s) van de peuters.
* Peuters die voldoen aan de gemeentelijke doelgroep-definitie krijgen een vve-indicatie. De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) kan dit al vroeg inschatten omdat zij de kinderen volgen vanaf de eerste levensweken. Soms blijkt pas op de peuteropvang dat een kind tot de doelgroep behoort. In dat geval legt de voorschoolse organisatie het ter toetsing voor aan de JGZ.