Wat is het belang van spelen voor de ontwikkeling van kinderen, jeugd, jongeren, maar ook voor volwassenen? In deze bijlage worden de effecten van buitenspelen op een rij gezet.

Spelen is leuk

Spelen is van alle tijden en spelen is gewoon leuk. Kinderen kunnen ook niet precies aangeven wat spelen nu precies is. Spelen heeft een eigen waarde. Het spel heeft symbolische waarde voor kinderen, het geeft betekenis aan ervaringen. Maar het is bovenal plezierig en vrijwillig. Het is goed voor het welbevinden van kinderen.

Spelen is leren

Spelen (en sporten en ontmoeten) is van wezenlijk belang voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van kinderen, jeugdigen en jongeren. Een kind verkent de omgeving, ontmoet daarbij andere kinderen, jeugdigen, jongeren, bekende en onbekende volwassenen.

Allerlei materialen, mogelijkheden, structuren en situaties komen tijdens het spelen op hun pad. Het omgaan met de voorwerpen en situaties in zijn of haar omgeving is een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling.

Cognitief-psychische ontwikkeling

Tijdens het spel spelen mentale processen een belangrijke rol. Spel bevordert de cognitief-psychische ontwikkeling. Zoals het bevorderen van logisch denken en probleemoplossend vermogen, leren kennen van de structuur van de ruimte, leren kennen van structuur van de tijd en creatieve competentie.

Logisch denken en probleemoplossend vermogen wordt gedoeld op het leren kennen van oorzaak – gevolgrelaties en kunnen classificeren, in serie zetten van tastbare en niet tastbare zaken. De structuur van de ruimte leren kennen houdt in weten wat hoog, laag, ver, dichtbij, hard of zacht is plus kennis van de verhoudingen van het eigen lichaam. Kinderen leren de structuur van de tijd: opeenvolging van gebeurtenissen, afwachten van een regenbui, dag-en nachtritme, week- en jaarritme, de begrippen heden, verleden en toekomst en natuurlijk de seizoenen. De ontwikkeling van de creatieve competentie vindt overal plaats bij spelen. Hierbij leren kinderen eigen ideeën en oplossingen bedenken.

Motorisch-lichamelijke ontwikkeling

Bij de motorisch-lichamelijke ontwikkeling valt te denken aan de ontwikkeling van grove en fijne motoriek, vaardigheden zoals lopen, werpen, vangen, zwemmen, springen, klimmen en klauteren, manipulatie van kleine voorwerpen en materialen. Maar ook visuele, auditieve waarnemingen en tastwaarnemingen worden getraind. Te denken valt aan waarnemen van textuur, temperatuur, trillingen.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Op sociaal-emotioneel vlak leren kinderen hun eigen zelfbeeld, ontwikkeling van eigen gevoelens, zelfstandigheid, sociale vaardigheden, sociale redzaamheid en hun eigen waarden en normen bepalen. Met het bepalen van het zelfbeeld weten kinderen tot welke

groep ze behoren (familie, etnische groep). Eigen gevoelens zoals angst, drift en vriendschap krijgen een plek tijdens het spelen. Kinderen leren zelfstandig te zijn en eigen keuzes te maken en daaraan trouw te blijven en die keuzes uit te voeren met of zonder hulp van anderen. Ook leren ze sociale vaardigheden zoals omgaan met anderen,

regels en gezagsverhoudingen. Het leren van sociale redzaamheid houdt in zorgen voor uiterlijke verschijningsvorm en lichamelijke verzorging en het vaardig worden in het zorgen voor de omgeving. Kinderen leren hun eigen waarden en normen ontdekken.

Spelen is gezond

Spelen en sporten kan de gezondheid bevorderen. De beweging gaat overgewicht tegen. Steeds meer kinderen hebben op steeds jongeren leeftijd te maken met overgewicht. Spel en sport verminderen bovendien stress en aandachtsmoeheid bij kinderen. Dit verband is sterker bij spelen in de natuur.

Spelen is woonplezier/cohesie

Een omgeving die uitlokt tot meer spelen en sporten maakt de kans groter dat mensen elkaar ontmoeten. Met verhoging van die kans ontstaat de mogelijkheid dat mensen elkaar, via kinderen en jeugdigen, van naam leren kennen en elkaar kleine diensten gaan bewijzen zoals even op kinderen passen. Elkaar van gezicht en naam kennen en elkaar kleine diensten bewijzen zorgt voor vertrouwen en binding met elkaar. Beide zijn belangrijk voor een grotere binding met de buurt en meer leefbaarheid. Bovendien is het zo gemakkelijker om sociale controle en toezicht uit te oefenen.

Spelen is een recht

Kinderen, jeugdigen en jongeren hebben tot slot ook recht op speelruimte.

Dit blijkt uit het Verdrag inzake de Rechten van het kind, dat werd aangenomen door de Verenigde Naties op 20 november 1989. Het omvat alle kinderrechten, geldt wereldwijd en heeft dezelfde kracht als een wet in Nederland. Het verdrag is eigenlijk een contract

tussen de overheden en hun minderjarige bevolking.

Lid 1 van Artikel 31 van het Verdrag inzake de Rechten van het kind:

“De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op rust en vrije tijd, op deelneming aan spel en recreatieve bezigheden passend bij de leeftijd van het kind, en op vrije deelneming aan het cultureleen artistieke leven.”