** 5.1 .** Algemeen
Bij de opwekking van zonne-energie kan het om grote zonnevelden gaan, of om de opwekking van zonne-energie op een kleinere schaal, zoals op dak. In dit hoofdstuk wordt er ingegaan op de inpasbaarheid van met name zonnepanelen, maar ook van windmolens. In bijlage I zijn de verschillende opstellingsmogelijkheden van zonnepanelen te zien. Deze kunnen zowel op grote als op kleine schaal plaatsvinden. De gemeente is zich ervan bewust dat zonnevelden en windmolens grote impact hebben op de omgeving en op het landschap. De plaatsing ervan moet dan ook doordacht gebeuren. Buren behoort tot het Nationaal Landschap Rivierengebied, dat wil zeggen dat het een bijzonder landschap is met een combinatie van agrarisch gebied, natuur en cultuurhistorie. We willen het landschap dan ook zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk versterken.
Ook voor omwonenden en andere belanghebbenden is de wijze waarop een ontwikkeling wordt ingepast in de omgeving een belangrijke factor die mede bepaalt of een ontwikkeling acceptabel is. In gebieden met bijzondere en beschermde waarden als weidevogelgebieden, beschermde dorps- en stadsgezichten en monumenten geven we in principe geen toestemming voor de ontwikkeling van zonnevelden of windmolens (zie hiervoor de donkerrode gedeeltes in onderstaande kaart). In het overige (grootste) gedeelte van de gemeente Buren zijn in ieder geval zonnevelden mogelijk, als er aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan en rekening wordt gehouden met de inrichtingscriteria in dit beleidskader. Daarbij wordt rekening gehouden met de aanwezige landschapstypen in onze gemeente.
Feddes/Olthof landschapsarchitecten heeft voor de ontwikkeling van de RES een analyse gemaakt van de zoekgebieden voor de zonnevelden en windmolens en de landschappelijke inpassing hiervan. Hierbij vormen de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden de basis voor de denkrichtingen voor de ruimtelijke inpassing van de grootschalige projecten.
** 5.2 .** Randvoorwaarden
Er zijn randvoorwaarden nodig om zonnevelden zo goed mogelijk in het landschap in te passen. Daarvoor zal een initiatief minimaal aan de volgende randvoorwaarden voor zonnevelden moeten voldoen:
Het initiatief toont aan dat met respect is omgegaan met de ter plekke bestaande landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied.
Minimaal 20% van het oppervlak van het plangebied moet worden ingericht met landschappelijke elementen die de biodiversiteit vergroten.
Wanneer de zonnepanelen aan het einde van hun levensduur zijn en er geen nieuw plan voor een zonneveld wordt ontwikkeld, moet de initiatiefnemer het zonneveld weer opruimen.
** 5.3 .** Uitgangspunten voor inpassing zonnevelden
Hoewel de zoekgebieden vooral betrekking hebben op de denkrichtingen langs de A15 en een energiepark bij Medel, zullen ontwikkelingen elders in het gebied in beperkte mate ook mogelijk zijn. Daarom geven we hier een aantal aanzetten voor de inpassing van zonnevelden voor het hele gebied, om bestaande landschapsstructuren en elementen op te nemen in het ontwerp en het vergroten van de ecologische en ruimtelijke kwaliteiten. Die werken we nog uit in een beleidsregel inpassing zonnevelden.
Zoals eerder al aangeven is hiervoor het ruimtelijkbeleidskader 2021 vastgesteld dat parallel met dit beleidskader vervangen is door het ruimtelijke beleidskader 2023 - 2025.
Aansluiting op het Burense landschap
De belangrijkste kwaliteiten van de komgronden zijn de grootschalige openheid, weidsheid en beleving van de horizon. Dorpen, dijken en erven zijn belangrijke elementen en oriëntatiepunten in het open landschap. De relatie van dorpen met het omliggende landschap is een belangrijke kwaliteit. Binnen de komgronden moet er rekening worden gehouden met:
Het vrije zicht op de horizon, voorkomen van het dichtslibben van het beeld.
De hoogte van de opstellingen tot ooghoogte zoveel mogelijk vrijhouden, gezien vanuit de publieke ruimte (bijvoorbeeld vanaf paden, dijken, wegen en water).
Zichtbaar en herkenbaar houden van belangrijke elementen, zichtbaar door zonnevelden te integreren op het erf en ervoor te zorgen dat tussenruimtes niet dichtslibben en de horizon vrij blijft.
Voldoende afstand houden tot dijken om de landschappelijke context helder te houden.
De relatie dorp-landschap te behouden door belangrijke zichtlijnen of –zones met het landschap vrij te houden.
De oeverwallen kenmerken zich vanwege de beslotenheid door beplanting en bebouwing, de samenhang van historische wegen, dijken en dijkjes, bebouwing, de rijke schakering aan weg- en kavelbeplanting, de verschillende agrarische functie, zoals (fruit)boomgaarden, en de subtiele hoogteverschillen in het landschap. Bij de realisatie van zonnevelden in het oeverwallenlandschap is het belangrijk:
Gebruik te maken van aanwezige ‘groene kamers’ en doorzichten in de kamers te behouden en te voorkomen dat het zonneveld het beeld domineert.
Met de landschapskamers de beleefbaarheid te behouden door rekening te houden met bijvoorbeeld de hoogte van het initiatief.
Aansluiten op de directe omgeving
Het is voor de ecologische en ruimtelijke kwaliteit, beleefbaarheid en herkenbaarheid belangrijk om aan te sluiten bij de karakteristieken van het landschap waarin de locatie zich bevindt. Het gaat daarbij onder meer om de volgende karakteristieken:
De schaal en perceelgrootte van het landschap.
De hoofdrichting en verkavelingsstructuur van het landschap.
Doorgaande structuren en patronen in het landschap, zoals watergangen, oevers, en bomenrijen.
Zichtlijnen en uitzicht vanaf dijken, paden en wegen, tussen bestaande bebouwing door. Bepalend is hierbij zichtbaarheid van:
Cultuurhistorische elementen, zoals molens.
Landschapselementen, zoals bomen.
Andere landschapskenmerken, zoals mate van openheid.
Beplantingsvorm en soortkeuze.
De volgende uitgangspunten zijn daarbij van belang:
Streef naar een passende zichtbaarheid van het zonneveld in het landschap.
Beschermde dorps-en stadsgebieden en andere cultuurhistorische waarden hebben vaak een relatie met andere landschappelijke of gebouwde elementen. Ze vormen samen een systeem of een verhaal. Respecteer deze gebieden, de samenhang en bijbehorende elementen, zoals zichtlijnen, doorzichten, lanen, dijken, water en dergelijke.
Op of aangrenzend aan landgoederen: respecteer en versterk de landgoedbiotoop. De relatie van het landgoed met het landschap door zichtlijnen en lanen is zeer karakteristiek.
Beschouw kleine zonnevelden bij kernen als een nieuwe dorpsfunctie en pas deze ook als zodanig in (groene omlijsting), vergelijkbaar met een voetbalveld, volkstuintjes of begraafplaats.
Neem de ruimte om het zonneveld een adres of entree te geven, en daarmee een gezicht naar buiten te geven. Dit is onderdeel van de groene rand en de overgang van de buitenwereld naar het zonneveld.
Logische opstelling van de panelen
Bij een logische opstelling van de panelen is het uitgangspunt om zonnevelden goed landschappelijk in te passen. Het gaat dan buiten de zoekgebieden om zonnevelden van bijvoorbeeld vijf hectare met een goede begroeiing eromheen. Die als het kan, aansluiten bij de cultuurhistorische waarde van de regio. In bijlage I is een overzicht weergeven van mogelijke logische opstellingen.
Maak randen met kwaliteit
Randen zijn zeer bepalend voor de wijze waarop inwoners een zonneveld beleven. Een goede rand verzacht de industriële uitstraling van het zonneveld. Daarnaast biedt de rand kansen voor ontwikkeling van ecologische waarden. De volgende aanwijzingen zijn hiervoor relevant:
Reserveer ruimte voor het maken van kwalitatief goede randen: een bij de omgeving passende, eenduidige, groene rand. Houd hierbij rekening met schaduwwerking en de groeiruimte voor beplanting. Voorbeelden van randen zijn:
Een watergang, waar mogelijk met een natuurvriendelijke oever.
Een haag of houtsingel wanneer dit de bestaande groenstructuur en/of het landschapstype versterkt. Bij voorkeur geen hagen en singels in open landschappen.
Een grondwal. Maak alleen een grondwal als dit vanuit het landschap logisch is of als hier vanuit het ontwerp een zeer urgente reden voor is, bijvoorbeeld bij een grondoverschot. Gebruik alleen grond uit het gebied zelf, verwerk afgegraven grond in het gebied zelf.
Gebruikmaken van gebiedseigen plantensoorten.
Houd rekening met voldoende ruimte voor onderhoud aan beplanting, oevers en watergangen.
Plaats hekwerken zoveel mogelijk uit het zicht. In een open landschap, zoals de komgronden, is het vanuit ruimtelijke kwaliteit wenselijk om geen hekwerken te plaatsen. In die gevallen kan een landschappelijke afscheiding een oplossing bieden, zoals een watergang, natuurvriendelijke oever of een rand met lage beplanting (een bloemrijke of soortenrijke rand).
Maak waar mogelijk de randen toegankelijk voor inwoners en passanten.
Leg waar mogelijk ecologische oevers aan en zoek naar combinaties met waterberging.
Een goed ingepast hekwerk en poort als onderdeel van een groene rand op voldoende afstand van wegen, fiets- en wandelpaden voor een vriendelijkere uitstraling en gebruik geen prikkeldraad. Kies een voor recyclebaar materiaal.
Eenvoudige transformator en bijgebouwen
Het is wenselijk de visuele en ruimtelijke impact van hekwerken en van transformator- en bijgebouwen te minimaliseren. Dit kan door: vormgeving, plaatsing, geluid en duurzaamheid.
Vormgeving: Bouw zo compact mogelijk en gebruik een terughoudende kleurstelling met een functioneel en rustig uiterlijk.
Plaatsing: Integreer de functionele bebouwing in het ontwerp in lijn met het zonneveld. Plaats de transformatoren en verdeelstations zo veel mogelijk volgens een helder ruimtelijk principe, op visueel logische plekken. Bijvoorbeeld in een rechte lijn die de kavelrichting volgt.
Geluid: Houd rekening met het geluid van de transformatoren. Plaats het niet te dicht op bebouwing of andere functies die hier hinder van kunnen ondervinden.
Duurzaamheid: Kies voor duurzaamheid in materiaalkeuze, onderhoud en levensduur. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van recyclebaar materiaal of gerecycled materiaal.
Multifunctioneel gebruik
De gemeente staat open voor innovaties en mogelijkheden, zo als de plaatsing van zonnevelden, waar meervoudig ruimtegebruik mogelijk is. Het liefst gebruiken we de ruimte zo voor meerdere doeleinden. De opwekking van zonne-energie is vaak goed te combineren met andere functies als
Op stallen en loodsen als zon op dak;
Boven fruit
De combinatie van parkeren en duurzame energieopwekking.
Ook kan gedacht worden aan dubbelgebruik van de bodem door deze ook te gebruiken voor bv warmteopslag of dubbelgebruik door technische innovatieve vormen van agrarisch gebruik met opwek van energie. De gemeente staat open voor innovaties en combinaties, zoals meervoudig ruimtegebruik als daar door initiatiefnemers een goede onderbouwing voor is gegeven.
Zo kan het aan de andere kant ook gaan om de combinatie met natuurontwikkeling en bijdragen aan natuurkwaliteit en biodiversiteit, door bijvoorbeeld vergroten van mogelijkheden voor (wilde) bijen en vlinders en het realiseren van leefgebied en routes voor andere dieren.
Deze voorstellen zullen specifiek beoordeeld moeten worden en wel vanuit de vraag of ze passen binnen de initiële bestemming of als initiatief onderdeel zouden moeten zijn van een van de eerdere 3 genoemde categorieën.