In het voorgaande is de aandacht vooral uitgegaan naar de grote ontwikkelingen rond zonnevelden en windmolens. Dat in relatie met de regionale ontwikkeling van RES 1.0.
Nu kan het bij zon- en windenergie ook gaan om kleinschalige ontwikkelingen op bijvoorbeeld daken. Kleine oppervlakten tellen uiteindelijk op tot een flink totaal en Buren heeft de doelstelling dat in 2050 80% van de daken in de gemeente belegd is met zonnepanelen.
Kleinschalige ontwikkelingen zijn ook voor wind mogelijk. Ook op bedrijventerreinen, in het buitengebied en zelfs bij woningen is in principe het opwekken van windenergie mogelijk.
In deze paragraaf geven we daarom de aanzet voor de opkomst van een aantal meer kleinschalige ontwikkelingen van zon- en windenergie in Buren.
** 6.1 .** Zon op het dak
Middelgroot
In onze klimaatvisie en ook in het RES-bod is het beeld geschetst dat het plaatsen van zonnepanelen op bedrijfsdaken een bijdrage kan leveren aan het opwekken van duurzame energie. Ook tijdens de digitale inwonersbijeenkomsten gaven inwoners aan dat panelen op die grotere daken duidelijk een optie is. Dit is een logische gedachte die ook opgepakt wordt. Hierbij moet wel eerst een kanttekening geplaatst worden, want het is de vraag of de bestaande daken allemaal constructief-technisch geschikt zijn voor het plaatsen of leggen van panelen. Vanuit de RES Rivierenland wordt er een onderzoek opgestart om dit voor de grotere daken in beeld te brengen. Zo krijgen we inzicht in de werkelijke realisatiemogelijkheden van zon op het dak. Als de mogelijkheden van die grote daken in beeld zijn, kunnen die zeker bij RES 2.0 gerealiseerd worden. Dan waarschijnlijk aan de hand van een regeling. Het staat de eigenaren uiteraard vrij om de mogelijkheden zelf eerder op te pakken. Wel wordt geregeld dat nieuwbouw met de grotere dakoppervlakken verplicht de daken direct moet voorzien van zonnepanelen.
Er is nagegaan in hoeverre het mogelijk is om bij de nieuwbouw van grotere dakoppervlakten van nieuwbouw zonnepanelen verplicht te stellen als gemeente. Dat is binnen de huidige wettelijke kaders niet mogelijk, wel kan daar met de invoering van de omgevingswet verandering in komen. Met de evaluatie van dit beleidskader in 2025 kan dat als aandachtspunt meegenomen worden.
Medio 2023 is in het kader van zon op dak ook gekeken naar grotere daken. Daarnaast is met het regionale expertiseteam bedrijven een advies en informatiepunt ingericht om bij bedrijven zon op dak te adviseren en te ondersteunen in de ontwikkeling van zon op dak.
Klein
Het plaatsen van zonnepanelen op een regulier dak van een woning is de meest bekende ontwikkeling van zonne-energie. Om dit verder uit te bouwen zetten we in op:
De adviesfunctie van het Energieloket van eCoBuren;
De inzet van woningbouwcorporaties;
Lokale initiatieven in de kernen;
Duurzaamheidslening.
Er is stimuleringsbeleid vanuit de Rijksoverheid met de postcoderoos, saldering en een duurzaamheidslening. In 2023 is een aanpak voor zon op dak ontwikkeld met als onderdelen o.a.:
Collectieve lokale initiatieven in wijken;
De mogelijkheden bij monumenten;
De ontwikkeling van bedrijfsdaken.
Punt is wel dat netcapaciteit zeker bij grotere projecten een beperkende factor kan zijn.
Monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten
Voor monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten geldt vanwege hun speciale status dat voor het plaatsen van zonnepanelen een vergunning nodig is. Nu zijn er afhankelijk van de situatie wellicht mogelijkheden om toch vergunningsvrij zonnepanelen te plaatsen. Dat kan verkend worden in een gesprek met de Omgevingsdienst: een informatieverzoek.
Als men vervolgens vergunning plichtig is, start de procedure met een vooroverleg. Als later onverhoopt toch mocht blijken dat er toch geen vergunning verleend kan worden, dan zijn daar wel kosten aan verbonden.
Inmiddels wordt gewerkt aan het verruimen van de mogelijkheden in de vergunningsverlening voor monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten. Dit door aan te geven hoe en wat waar wel kan. Verwacht wordt dat dat in de loop van 2023 dan wel begin 2024 duidelijkheid zal geven over welke mogelijkheden er wel zijn.
** 6.2 .** Zon in het veld
Middelgroot: ruimte voor lokale of innovatieve initiatieven buiten de zoekgebieden
Kaders en criteria kunnen hard zijn en ontwikkelingen in de weg staan. De wereld van de duurzame energie kenmerkt zich wel door veel en snelle ontwikkelingen. Nu worden beleidskaders regelmatig geactualiseerd, maar het is goed om ruimte te bieden aan pilots die na evaluatie een vaste mogelijkheid kunnen worden. Lokale zon initiatieven kunnen dan ook ruimte krijgen buiten de zoekgebieden. Hierbij gaat het om een project dat niet groter is dan 10 ha en voldoet aan een aantal van de volgende criteria:
Innovatief;
Lokaal collectief of corporatief initiatief;
Inpassingsregels qua landschappelijkheid en biodiversiteit;
Max 10 ha;
Buiten de zoekgebieden.
Voor deze initiatieven is maximaal 25 ha (+/- 10%) beschikbaar. Na een evaluatie kan besloten worden om aanvullend meer ruimte beschikbaar te stellen. Het kan dus gaan van een lokaal initiatief tot een lokaal zonnepark in combinatie met opslag/buffering via accu’s of waterstof. Een ander voorbeeld is een groep inwoners van een kern die gezamenlijk op deze wijze de energie voor hun elektrisch rijden wil generen op een perceel bij de kern.
Verder moeten deze ontwikkelingen wel op een ruime afstand van elkaar komen om niet alsnog het beeld van een grootschalig project te geven. Ook spelen specifieke lokale ruimtelijke kwaliteiten een rol, zoals de landschappelijke en natuurlijke waarde van een ouder landgoed of aspecten zoals de cultuur-historische waarde. Dit als basis voor een totale afweging van de wenselijkheid en de mogelijkheden.
Om het toelaten als lokaal of innovatief initiatief goed te kunnen toetsen is in 2021 een beleidskader vastgesteld om dat goed te omschrijven en zo de ontwikkeling van deze initiatieven goed te kunnen begeleiden.
Middelgroot: Local4Local
Met het in juli 2023 door de raad aangenomen initiatief om ruimte te bieden aan specifiek Local4Local initiatieven, is de ruimte voor zon op de grond met een derde categorie uitgebreid. Dit naast grootschalige ruimte voor lokale of innovatie initiatieven.
Bij Local4Local gaat het om een lokale energiegemeenschap die samen de eigen energievoorziening organiseert volgens eigen spelregels tegen een prijs die zij ook zelf (samen) in de hand houden. Het initiatief behoeft daarbij niet vanaf de start zelf gefinancierd te zijn, commerciële ontwikkelaars blijven immers nodig om een goed project op te zetten met als doel om uiteindelijk het eigendom en daarmee de zeggenschap over de opgewekte energie volledig over te dragen aan de lokale energiegemeenschap. Lokale initiatieven welke geheel lokaal gedragen en gestuurd worden, kunnen op een groot draagvlak rekenen.
Local4local gaat daarbij uit van minimaal 50% lokaal eigendom, zo mogelijk 51% of meer om altijd een lokale meerderheid van aandelen te waarborgen.
Hiervoor is 25 ha beschikbaar, maar de initiatiefnemers zullen inzichtelijk moeten maken wat de economische afweging is om agrarische grond in een zonneveld om te zetten. Dit om ervoor te zorgen dat een zorgvuldige afweging gemaakt wordt als het gaat om het gebruik van landbouwgrond. in het ruimtelijke kader wordt hier verder op in gegaan.
Voor deze Local4Local initiatieven zijn verder de ruimtelijke aspecten van toepassing zoals die in het ruimtelijk beleidskader worden aangegeven voor de lokale en innovatieve initiatieven benoemd wordt en dat betekent dat ze eveneens gemaximeerd zijn tot 10 ha per initiatief. Ook zijn het participatiekader is van toepassing.
Overigens kan bij Local4Local initiatieven op basis van de huidige energiewet een intermediaire organisatie nodig zijn voor de feitelijke levering van de opgewekte energie. Het is aan de initiatiefnemers dit te onderbouwen en aan te geven in welke mate de intermediair past binnen de maatschappelijk collectieve opzet zoals die met Local4Local bedoeld is.
Klein: vele kleintjes maken één grote
Bij de meeste woningen kunnen zonnepanelen zonder vergunning op dak geplaatst worden, maar er zijn vragen geweest of zonnepanelen ook op het erf of in de tuin geplaatst mogen worden. Onder de huidige regels gaat het dan om een bouwwerk en is het vergunning plichtig. Dat is logisch als het een afdak is waar mensen onder kunnen verblijven, maar dat is minder logisch als het zich bijvoorbeeld een halve meter tot een meter boven het maaiveld bevindt. Vergelijkbaar met de vroegere opkweekbakken.
Als het gaat om klimaatadaptatie en biodiversiteit moet niet de hele tuin vol gelegd worden. Er kan daarom een maximum gesteld worden voor woningen in een kern, bijvoorbeeld 10% van het vrije tuin oppervlak en van twaalf standaard panelen. Voor grotere erven of te ontwikkelen landgoederen zou dit ruimer kunnen zijn, zolang het maar voor eigen gebruik is. We stellen voor om hiervoor een beleidsregel te ontwikkelen die mogelijkheden schept; hetzij vergunningsvrij dan wel legesvrij.
Vanuit inwoners kwam wel de kanttekening dat wildgroei en hinder van zonnepanelen voor omwonenden voorkomen moeten worden. Dit door bijvoorbeeld met een te dichte plaatsing bij woningen van omwonenden. Omdat dit een serieuze kanttekening is, zal dit uitgewerkt worden in een beleidsregel.
Nu is er in de praktijk geen vraag geweest naar plaatsing “in de tuin” en een onderzoek gaf ook aan dat er geen behoefte was. Verder is plaatsing op het erf in de enkele voorkomende gevallen behandeld als een bouwaanvraag waarbij o.a. is nagaan of het binnen het bouwvlak past, wat de inpassing is en of het voor eigen gebruik is. Daarom is aan de ontwikkeling van een beleidsregel voor het plaatsen van panelen in de tuin of het erf (nog) geen prioriteit gegeven.
** 6.3 .** Wind
Wind bij bedrijven
Het voornemen was om een pilot op te zetten van vijf initiatieven en zo de eerste stap te zetten naar windmolens bij bedrijven. Inmiddels is er een beleidskader voor kleine windmolens tot 25 meter tip-hoogte door de raad vastgesteld. Daarnaast worden ook de (ruimtelijke) mogelijkheden verkend voor nog wat hogere molens bij bedrijven.
Klein: innovatieve windmolens bij woningen
De ontwikkelingen staan niet stil en er komen nieuwe kleine innovatieve windmolens voor woningen. Voor het buitengebied zijn er dan al snel mogelijkheden, omdat daar de afstand tot andere omwonenden vaak groter is. De vraag is wat de mogelijkheden in de kernen zijn en of de omgevingsimpact laag genoeg is als het gaat om schaduwslag, geluid en dergelijke.
Nu is het mogelijk hiervoor een pilot op te zetten. Dit vanuit de gedachte dat tijdens de inwonersbijeenkomsten inwoners aangaven dat dit geen wildgroei aan molens en overlast moet gaan opleveren.
Uiteraard zal de pilot geëvalueerd worden en de basis kunnen zijn voor een eventueel beleidskader. Overigens zou het dan gaan om de plaatsing van windmolens met een compacte uitvoering. Die zijn naar verwachting minder nadelig voor vogels, vleermuizen en andere dieren, omdat ze beter waarneembaar zijn.
In 2022 bleek echter uit een onderzoek dat er geen vraag is naar plaatsing van dergelijke kleine molens. Daarom is tot op heden afgezien van het opzetten van de pilot.
Zonnevelden voor warmte
Naast de gebruikelijke zonnevelden voor het opwekken van elektriciteit, zijn er ook zogenaamde thermische zonnevelden. Deze zonnevelden wekken zonnewarmte op en kunnen onderdeel zijn van de warmtetransitie. In het warmteplan komen we op deze thermische velden terug. Belangrijk is dat deze niet al te ver van het verzorgingsgebied af kunnen liggen in verband met het warmteverlies.
Hoewel ze geen onderdeel uitmaken van dit beleidskader, is het aannemelijk dat voor deze velden dezelfde inpassingseisen gaan gelden als voor reguliere velden.
** 6.4 .** Zon op het water
In Buren zijn een aantal grotere wateroppervlakken die in principe geschikt zijn voor zon op water. In de praktijk is dit nog een tamelijk nieuwe ontwikkeling en uitgekristalliseerde uitvoeringskaders ontbreken. Het is daarom feitelijk niet mogelijk beleidskaders op te stellen. Initiatieven zullen incidenteel benaderd worden als het gaat om de inpassingscriteria als ecologisch effect en resterend vrij wateroppervlak van bijvoorbeeld minimaal 50%. Daarbij gelden wel de meer algemene criteria en maximeringen, zoals eerder genoemd voor de initiatieven binnen of buiten de zoekgebieden.
Artikel 6.
De verdere ontwikkelingen en mogelijkheden
Onderdeel van Beleidskader zon en wind Gemeente Buren 2023 - 2025