Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3

Voorkeur gemeente Kaag en Braassem

Onderdeel van Nota Grondbeleid 2024 – 2027

De gemeente Kaag en Braassem kiest voor een situationeel grondbeleid, waarbij ruimtelijke en gemeentelijke doelstellingen bepalend zijn voor de rol van de gemeente bij het voeren van grondbeleid. De gemeentelijke rol wordt gebaseerd op een afwegingskader, het “stroomschema”, op bladzijde 9 van deze Nota, en de daaraan gekoppelde afwegingsfactoren : ambitie en urgentie, sturing en regie, risico en rendement en grondpositie en marktinitiatief. Bij de keuze uit een concreet type grondbeleid spelen de hieronder genoemde voorwaarden een rol : Er dient een visie op het gebied of de locatie te zijn (omgevingsvisie, centrumvisie, masterplan). Het maatschappelijke en ruimtelijke belang dient gediend te zijn. Als er sprake is van een urgent belang ten aanzien waarvan de gemeenteraad een bepaalde ambitie heeft uitgesproken kan gekozen worden voor een actief grondbeleid. Hierbij kunnen beleidsdoelstellingen vanuit Wonen (huisvesting van jongeren, ouderen in passende woonvormen) en Werken (ontwikkeling bedrijvenlocaties) ingezet worden. Het financiële risico van de (te verwerven) ontwikkelingslocatie of een beperkt rendement is aanvaardbaar en verantwoord. De medewerking van derden (hogere overheid en/of particulieren) kan naar verwachting worden verkregen indien dit noodzakelijk is. Er moet zicht zijn op een realistische ontwikkeling van de locatie of het moet duidelijk zijn dat de locaties kunnen dienen als ruilobject. Het moet aannemelijk gemaakt worden door het college dat de gronden herontwikkeld / herbestemd worden op een realistische termijn. Zolang de nieuwe bestemming nog niet is ingevuld, moet voortzetting van de exploitatie volgens het huidige omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) uitgangspunt zijn.

Rechtspraak bij dit artikel